Herbert Column
Andere grappen

Herbert's Column


Columns 2014/2015/2016

2016

Kolkende Jazz
Kromgetrokken Dromer
Wereldvrede
Sketch voor twee heren

2015

80 jaar Hammond!?
Is opnemen een kunst?
Interessant, verbazend en vol humor
Gevoel
Gemengd Nieuws
Een vrolijke noot

2014

Wat is jazz 2?
Wat is jazz?
Killers
Rauw
They try to kill jazz
Af
Hoe het gegaan is
Emotie
Razend Tempo
Jazz = Swing
Godsdienst een goudmijn voor goede kunst
Behoefte
First published November 21th of 2016


"Kolkende Jazz"



Zijdelings volg ik het nieuws over de muziek waaraan ik mijn hart verpand heb nog wel.
Glossy's en andere bladen met jazz gerelateerde inhoud, heb ik aan het begin van deze eeuw al vaarwel gezegd. Vanaf het moment dat het in deze bladen ging over wat musici dragen en het aantal artikelen over zangeressen stuitend werd, ik geef eerlijk toe mijn tolerantie grens ligt laag, heb ik ze niet meer gelezen. De jazznieuws brengende internetmedia scroll ik door maar echt boeien doen ze mij niet. Blijft over de reguliere nieuwsvoorziening, vertegenwoordigd door dag- en weekbladen. Ik ben geabonneerd op één krant, Het Parool, en één weekblad. In dat weekblad, de Groene, staan soms belangwekkende artikelen maar over jazz gaat het (bijna) nooit. Blijft over de oud verzetskrant. Jazz was ‘entartete' muziek tussen 1940 1945 dus oké in die kringen. In de Telegraaf stond zeker tot de jaren zeventig nimmer en nooit een recensie over een jazzconcert, dat u dat maar even weet. Het Parool heeft altijd een jazzrecensent in de redactionele lokalen gehad. Michiel de Ruyter was de eerste die ik las en vervolgens kwamen, Simon Korteweg, Jeroen de Valk en Maartje Den Breejen. Met Maartje is de teloorgang echt ingezet, daar heb ik menige column aan gewijd o.a. deze . Maartje hield het op een gegeven ogenblik voor gezien en toen verscheen Jan Jasper Tamboer ten tonele in Het Parool.
Jan Jasper schijnt een aardige vent hoorde ik van vrienden maar zijn muzikale smaak is de mijne niet. Totaal niet. Wat mag blijken uit de recensies die hij met ijzeren regelmaat schrijft en die ik ook met enige regelmaat kritisch las. Deze inleiding om even het meest recente schrijfsel van Jan Jasper te bespreken. Wat nu volgt is een kijkje in de jazzkeuken waar door Jan Jasper Tamboer wederom een 5 sterren menu wordt geserveerd:

Kolkende jazz,
Grote Zaal danst
Dhafer Youssef

Ud Festival woensdag 3 november in het Concertgebouw

*****
Hij heeft niet de complete stergroep bij zich die het recente album 'Diwan of beauty and odd' inspeelde, maar hij omgeeft zich natuurlijk niet met dilettanten. In het Concertgebouw ontbreken toppers trompettist Ambrose Akinmusire en slagwerker Mark Guiliana, wel aanwezig zijn pianist Aaron Parks, contrabassist Ben Williams, die beiden ook op de plaat speelden, en drummer Justin Faulkner, allen geweldenaren. Tunesiër Dhafer Youssef treedt met hen op in het kader van het Ud Festival, een maand lang in Amsterdam, Utrecht en 'sHertogenbosch, nog tot 13 november. De ud is een Arabisch snaarinstrument, vergelijkbaar met een luit, die Youssef introduceerde in de jazz en waarmee hij zeer succesvol is. Hij zingt ook. Met repertoire van Diwan of beauty and odd staat hij nu in de Grote Zaal van het Concertgebouw, die niet is uitverkocht, maar wel goed bezet. Het materiaal wordt niet noot voor noot nagespeeld, want sommige nummers krijgen versnellingen en alle stukken worden met improvisaties uitgesponnen. Je zou Youssef haast van kitscherig effectbejag betichten met zijn lange, hoge uithalen, ware het niet dat de man volkomen oprecht lijkt, met een grote doorleefdheid en diepe emotionaliteit. Zijn muziek snijdt als een mes door je ziel. De afwezige Guiliana geldt als een van de belangrijkste drummers van dit moment, maar Faulkner is de lieveling van het publiek met zijn onnavolgbare beats en repeterende bassdrum, samen met Williams een onwrikbare ritmesectie. Parks excelleert eveneens, zoals ook al op het album. Een jonge vrouw begint bij het podium te dansen en de een na de ander volgt. Als iedereen uit de stoelen is opgestaan, komt de hele Grote Zaal in beweging. Na de reguliere afsluiter begint de zaal te kolken en vallen de musici elkaar in de armen als bij een langverwacht weerzien. Het moet gek lopen wil welke jazzact dan ook hier nog overheen gaan dit jaar.

En dan nu de kolkende realiteit:
Dhafer Youssef - Handelsbeurs Concertzaal (Ghent) 29/10/2016
Onnavolgbare beats, echt?
Ja welke 'jazzact' gaat hier nog overheen komen dit jaar?
Daarvoor moeten we eigenlijk in het verleden wezen. In 1974 om precies te zijn. Het ‘exotische' instrument van dienst was een doedelzak. Die werd warempeltjes bespeeld door een echte jazzmusicus genaamd Rufus Harley. Rufus is in goed gezelschap namelijk dat van Sonny Rollins. Hier een gedeelte uit dat concert waarin ‘Swing Low Sweet Chariot' onder handen wordt genomen. (Hele uitzending hier ).
Zo hoort dat dus en er wordt godzijdank niet bij gezongen
Ben wel erg benieuwd naar de volgende exotische instrumentalist die zich aan het 'jazz'-front komt melden. Een Turkse Saz speler of een Akagovogovo enthousiast.
Wie weet. We kunnen zo te zien in ieder geval nog even voort. Maar voordat u het glibberige jazzpad gaat betreden met uw Upa Upa vergeet niet dat een hedendaagse vereiste is dat er gezongen wordt. Want het mag inmiddels wel duidelijk zijn, jazz zonder zang is geen jazz, althans in de oren van Jan Jasper.

Herbert




First published June 21th of 2016


"Kromgetrokken Dromer"



Een 5(!)sterren recensie in Het Parool van vrijdag 10 juni onder de kop:

'Nieuw jazzcollectief overrompelt Bimhuis'

De recensie is van mijn favoriete recensent Jan Jasper Tamboer dus die vijf sterren moeten zonder meer terecht zijn. Toch maar even beluisteren waar deze groep, onder de welluidende naam Warped Dreamer (kromgetrokken dromer), zijn sterretjes aan verdiend heeft.
Ter introductie de tandem Jozef Dumoulin (B) achter de Fender en Teun Verbruggen (NL) die de trommels beroert in een clipje uit 2012.
De fijnproevers onder de luisteraars voelen meteen hier wordt Kunst gebracht. Fijnzinnige kunst, vibrerende vibraties en duidende tremolo's, sizzelende velberoeringen en futiel bekkengebruik, genieten is het motto.
Vier jaar later heeft de groep geestverwanten gevonden in trompettist Arve Henriksen (N) en Strian Westerhus (N) die met een strijkstok over de gitaarsnaren strijkt.
Hoe deze combinatie uitpakt valt hier te horen:
De hele muziekwinkel is beroofd van alle pedaalgadgets, loopmachines, drum synthesizers en andere kwalijk bedoelde rotzooi. Jan Jasper zegt hierover:
‘Het leek of het viertal alleen maar bezig was met laptops, knoppen en pedalen maar ze luisterden verdomd goed naar elkaar, dat bleek wel uit de manier waarop ze op elkaar reageerden.'
Het doet mij een beetje denken aan de scene die zich vandaag de dag bijvoorbeeld in restaurants en andere openbare gelegenheden afspeelt. Daar zie je het merendeel van de aanwezigen driftig in de weer met hun telefoontjes of I-pad's. Conversatie is er nauwelijks alleen laat men af en toe de ander zien wat er op de eigen mobiel te zien valt. Dan wordt er gereageerd en vervolgens concentreert men zich weer op het eigen gadget.
Er wordt dus heel inventief gebruik van gemaakt door deze integere musici die door Jan Jasper onder de noemer jazz worden ingeschaald.
Hij noemt het 'vrije improvisatie' die 'zelden zo verrassend klonk'.
Probleem is alleen dat er één cruciaal gegeven ontbreekt om de gemaakte muziek onder de noemer jazz te rangschikken: timing.
Die ontbreekt namelijk volledig.
Natuurlijk, er worden ritmische patroontjes neergelegd en soms in niet traceerbare maatsoorten gemusiceerd maar het meest essentiële ontbreekt.
Ruim vijftig jaar geleden bracht Cecil Taylor ‘Unit Structures' uit, free jazz. Taylor was een ‘original' die wel degelijk wist wat timing was. Conclusie die ik trek: Warped Dreamer is geen jazz maar een pastiche.

Herbert




First published April 28th of 2016


"Wereldvrede"



“In 2011 is 30 april door UNESCO* uitgeroepen tot International Jazz Day. Voor de vijfde keer wordt wereldwijd jazz muziek gevierd als instrument voor wereldvrede, mensenrechten en interculturele dialoog.”
Hoewel ik, tot ik dit in een persbericht las, volledig onbekend was met het bestaan van deze dag doet dit soort teksten mij spontaan naar het grauw papieren kotszakje grijpen.
Wereldvrede?
'Jazz is oorlog' schreef Eddy Determeyer in een recensie voor het Leids Dagblad op 13 juli 1981 naar aanleiding van een optreden van James Brown op het NSJF. Ook de fantastische film Whiplash uit 2015 laat het duidelijk zien: Jazz is oorlog. Om over films uit het verleden zoals ‘The Man with the Golden Arm’ maar te zwijgen. Jazz is geen muziek voor watjes. Veel van de jazzmusici die ik ken en heb gekend, hadden en hebben nogal wat macho trekjes gemeen. Nog net geen survival of the fittest maar wel in de buurt.
Mensenrechten?
Hebben een heleboel van de deelnemende landen een afwijkende mening over. Want vroeg ik mij af, hoeveel aan de ‘International Jazz Day’ deelnemende landen behoren tot een vrijheid beknottende dictatuur?
Het antwoord: verontrustend veel.
Algerije, Angola, Brunei, Kameroen, China, Egypte, Iran, Kazachstan, Oman en Zimbabwe maar ook dubieuze regimes als Albanië, Bangladesh, Venezuela en Rusland, to name a few. Maar het kan nog erger als je de persvrijheid als basis neemt. Hier de link naar een fijn kaartje.
Interculturele dialoog?
Daar is de jazz hoorbaar niet beter van geworden.
Hier wordt 'jazz' dus weer duidelijk misbruikt ten faveure van een culturele elite die geen notie heeft van wat deze muziek eigenlijk inhoud.

Om even alle misverstanden te voorkomen de ‘Internationale Dag van de Jazz’ moet je niet verwarren met de Nederlandse ‘De Jazzdag’.
De Jazzdag wordt georganiseerd door Buma Cultuur en is een initiatief van Buma.
De Internationale Dag van de Jazz komt uit de koker van Unesco. Zij hebben deze dag in het leven geroepen om onze belangstelling te wekken voor jazz. Want jazz is de universele taal van vrijheid en creativiteit. Jazz geeft een gepassioneerde stem aan het protest tegen alle vormen van onderdrukking, aldus Unesco-directeur Irina Bokova. Volgens haar betekent jazz mengeling en is jazz evolutie. Jazz is een vorm van protest. Jazz is vrijheid van meningsuiting. Vandaag spreekt jazz oneindig veel talen. Jazz is een verenigingskracht geworden voor zijn fans, zonder onderscheid van ras, religie, etnische groep of nationale origine. Dit is de boodschap die de International Jazz Day vandaag wil verspreiden: internationale samenhorigheid, vrijheid van denken en dynamische culturele connecties.
Unesco-directeur Irina Bokova zei in haar motivatie dat jazz de taal van de vrijheid is die zich richt tot het hart van alle culturen:
“Sinds het ontstaan tijdens de slavernij, heeft deze muziek een gepassioneerde stem gegeven aan het protest tegen alle vormen van onderdrukking.”
Link naar Jazzdag 2016

Zelden zo’n staaltje oeverloos gezever gelezen. In mijn jonge jaren heb ik eens een wijsgerige neuzelaar horen vertellen dat als iedereen met iedereen naar bed ging, het rassenprobleem in een klap was opgelost. Jazz = mengeling gaat ook van zo’n idee uit met als resultaat IJslandse zangeressen die Thelonius Monk aanranden en van het begrip swing ver weg blijven.
De ingeschreven deelnemers aan het feest op 30 april zijn keurig alfabetisch geordend. Het begint met Albanië en het eindigt met Zimbabwe. De meeste aandacht aan deze vorm van protest wordt besteed in de VS, Italië, Frankrijk, Canada, Brazilië, Australië, Japan en Engeland. Nederland steekt er magertjes bij af met 5 vermelde optredens tegen 12 in België. Maar de hamvraag blijft voor mij natuurlijk: is het jazz* of ‘heeft het er naast gelegen’ of ‘zelfs dat niet eens’. Ik ga voor, ‘het heeft er naast gelegen’ maar ‘zelfs dat niet eens’ vormt zeker geen uit te sluiten optie. Voorbeeldje bij onze zuiderburen: André Brasseur.

Ik denk zomaar dat de jazz geen ene moer is opgeschoten met het vijf jaar geleden uitroepen van deze dag. Net zo doodgeboren als de jazz nu dood is.

Herbert

*)Jazz is een Amerikaanse muziekstijl die zich ontwikkelde in het begin van de 20e eeuw. Deze stijl is nog steeds volop aanwezig in de huidige muziekwereld. Jazz wordt gekenmerkt door een aantal aspecten. De swing, de syncopen en de grote hoeveelheden van improvisatie.
Ik heb zelf de definitie een beetje aangepunt in deze column en deze Wat is jazz 2?

*) De United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO, Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties met als missie het bijdragen aan de vredeopbouw, armoedebestrijding, duurzame ontwikkeling en interculturele dialoog door onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie. De UNESCO is opgericht op 16 november 1945 en haar hoofdkantoor staat in Parijs (met dank aan Wikipedia).





First published April 14th of 2016


"Sketch voor twee heren"



Moest ik mij toch geweldig inhouden om geen pastiche op de onvergetelijke Dead Parrot Sketch van Monty Python te maken. Nou goed dan een klein stukje:
Klant gespeeld door John Cleese: Look, matey, I know when jazz is dead when I hear it, and I heard it right now.
Winkelbediende gespeeld door Michael Palin: No no jazz isn't dead, he's, he's restin'! Remarkable jazz, the Norwegian Blue Swing, idn'it, ay? Beautiful harmonics!
Dat ik mij nauwelijks kon bedwingen was te danken aan een stukje in de VPRO-gids van eind maart.



Ik quote: Zo'n tien jaar geleden vroeg de Britse jazzexpert Stuart Nicholson zich af of jazz dood was. Hij schreef daar een boek van 270 pagina's over. Met als opmerkelijke conclusie:
Jazz is niet dood maar had de wijk genomen naar Scandinavië.
Ik moest even achter mijn oor krabben om de portee van deze mededeling goed tot mij te laten doordringen. Een zoektocht op het internet naar andere schokkende mededelingen van deze scribent leverde positief resultaat op, want in een artikel in Trouw uit augustus 2014 wordt bovenstaande quote herhaald en zelfs meer gespecificeerd.
Jazz is levend en gehuisvest in Denemarken.
Voor het artikel, klik hier.
Om even te proeven hoe de Deense huisvesting smaakt ging ik op zoek en boekte al snel resultaat:
Aan de zijlijn staan 14 clips van optredens.
Vooral clipje nr. 14 van de Kutimangoes - oh bijna verkeerd gelezen - geeft een fijne impressie. Na beluistering een kruisje zetten bij een van de onderstaande aanwijzingen.
Wij zijn:
a. spiritueel
b. esoterisch
c. niet racistisch (grote zwarte in wit gewaad omringd door 6 deernen)
d. niet swingend
e. grensverleggend bezig
f. een krachteloos zootje
g. we hebben in de platenkast van onze vader Art Blakeys 'Orgy in Rythm' zien staan
Waar jazz - wat ik eronder versta weten de lezertjes inmiddels wel - ook mag leven een ding is zeker, niet in Scandinavië. De Britse jazz-expert moet terug naar af en dient gedwongen dagelijks minimaal 5 nummers van de op de website Jazz24 te beluisteren. Deze website heeft duizenden jazzliefhebbers ondervraagd over hun favoriete jazz plaat. Met al deze respondenten hebben zij een top 100 samengesteld met de beste jazz nummers. Uiteraard hoeft niemand het met deze lijst eens te zijn, ben ik ook niet maar het is in ieder geval wel een lijst die het begrip jazz niet ondergraaft.

De recensie over het fantastische Transition Festival gelezen.
Even gecheckt op het juiste jazzgehalte via YouTube. Uitkomst: Bijna Geen Jazz.
Sommige lezers en met kritiek gestraften zijn het niet eens met het in jazzenzo gevelde vonnis:
Jammer Cyriel, dat je geen benul hebt van de risico's die wij nemen. Misschien is het teveel gevraagd van iemand die alleen op zoek is naar nieuw nieuw nieuw om je te verdiepen in de schoonheid en de dynamiek van de bouwstenen van de muziek die je zo liefhebt.
Tom Beek (E-mail ) - 29-03-'16 17:57
Weer een goed exemplaren (sic)van een recensent die denk alles te weten van de muziek.
Pol (E-mail ) - 29-03-'16 19:21

Tja. ‘Een recensent is een verslaggever van zijn eigen mening' dixit Theodor Holman.

Kwam nog iets opmerkelijks tegen in een clipje van de ook op dat festival optredende Simin Tander, de Afghaanse met Duitse roots of de Duitse met Afghaanse roots in ieder geval een zangeres die niets met jazz te maken heeft en waarvan de zangcapaciteiten ook ter discussie kunnen worden gesteld. Het clipje bevat een optreden voor Vrije Geluiden in het Bim-huis. Ik zag wat vreemds aan de Steinway vleugel en kwam erachter dat het hier om een product van de firma Moog - voor al uw synthesizers - gaat.
Het blijkt een soort apparaat te zijn dat je boven de toetsen van een piano hangt en dat dan via midi alle gewenste geluiden kan produceren. Deze digitale grap is al een paar jaar in productie maar schijnt geen doorslaggevend succes te zijn. Mocht je je afvragen waar die mooie basgeluiden vandaan komen in dit clipje wordt dat duidelijk: dat is dus uit de trukendoos.
Het besodemieteren gaat nog eens grootse vormen aannemen.

Herbert

Klik hier voor een uiterst beschaafd Hammond Gerecht .




First published November 20th of 2015


"80 jaar Hammond!?"



In Turning Wheel het blad van de Hammond Orgel Club las ik een stukje over Orgel Vreten na aanleiding van een uitzending in de serie Vrije Geluiden van de VPRO.
"Deze combinatie begon in 2011 als een geintje: twee toetsenisten die tijdens het Limburgse Vollanalog! Festival muzikaal knokten op Hammondorgels", lees ik op de website van Soundz .
De uitzending op 18 oktober jl. - veel te vroeg voor mij - had ik niet gezien dus heb ik de uitzending bekeken op Uitzending Gemist.
Over het optreden in Vrije Geluiden kan ik kort zijn: vijf man, waarvan drie met baard en knotje en twee zonder. Om het voor de VPRO clientèle aanvaardbaar te maken declameerde een dichter een gedicht, dat tilde het optreden meteen naar het gewenste intellectuele niveau. Een gedicht met onsterfelijke dichtregels als:
"Vijf keer op de klok kijken/en toch niet weten hoe laat/het is." Kijk da's nog eens kloeke taal.
Aanwezig waren ook een vals spelende sousafonist en een basgitarist. Of die eveneens dienden ter omhoogstuwing van het intellectuele gehalte waag ik te betwijfelen. Waarschijnlijk was de aanwezigheid van de koperblazer een vorm van design of mogelijk marketing. Kijk ons eens durven.
Na het muzikale gedeelte begon een van de opvreters te vertellen dat het Hammond orgel zijn tachtigste verjaardag vierde en dat dit door hem en zijn mede verorberaars gememoreerd werd door middel van een tournee.
Even verder in het programma werden de 'Blues Virtuozen' aangekondigd. Deze rakkers waren helemaal uit de Mississippi Delta naar ons land afgezakt. Alles wat uit de voornoemde delta komt is behept met de blues, daar is geen ontkomen aan. In de VPRO optiek worden ze ermee geboren. De 'Blues Virtuozen' vielen eerst en vooral op door hun fake brilletjes, voorzien van een stukje witte tape in het midden waardoor de impressie werd gewekt dat ze flink op hun gelaat waren gemept. Vermoedelijk om de suggestie te wekken dat ze niet voor niets de blues hadden. Ik wilde over OV en de BV even de mening van een expert weten dus mailde ik de link van Uitzending Gemist naar mijn Delta correspondent ter plekke. Die mailde meteen terug:

Dear Herb,

I'm sick with influenza, something we call, "the flu." Fever, chills, misery. But one saving grace is that the video you sent made me smile! Made me laugh! TWO M3 organs with TWO bass players, (Sousaphone and Fender)? Just crazy, crazy, funny as hell.... And blues? Not even a touch! I just thank them for making a sick man smile!!!

Your friend,
Rick


Als de orgelknabbelaars van OV onverhoopt deze column mochten lezen weet dan, dat jullie hoge ogen gooien in de categorie "Humoristen achter het keyboard". Dat jullie je roeping gevonden hebben en vooral door moeten gaan op de ingeslagen weg van de clownerie en boertigheid begeleid door simpele muziek.

Nauwelijks drie weken later was het weer prijsschieten geblazen op het edele Hammondorgel. In De Wereld Draait Door van 6 november hoorde ik Matthijs van Nieuwkerk in de aankondiging zeggen:
"We hebben de beste Hammondorganisten van Nederland....."
Dus verwacht ik op zijn minst Carlo, misschien Arno Krijger, hopelijk niet die podoloog uit Middelie, wellicht een mij nog onbekend talent. Niets van dat al. Het begrip Hammond Humor blijkt om zich heen te grijpen als een resistent virus. Vier grapjassen, drie met baard, lachen, waarvan twee met een harig aanhangsel dat hen enthousiaste bijval uit foutieve kring zou opleveren maar geen 'beste' organist. Althans in mijn, ik geef het eerlijk toe, vertroebeld blikveld.
Behalve dat ik 'beste' al een discutabele aankondiging vind beschouw ik deze vier wel het minst gerechtigd tot het voeren van deze titel. Het enige trucje op hun repertoire bestaat in het oversturen van de Leslie en een gezicht trekken of de inspiratie uit hun tenen komt.
Dat er geen drummer beschikbaar was - of zich ter beschikking wilde stellen - werd opgevangen door de swingende ritmiek van een Hammond Ritme Box. Ik ga er geen verder commentaar op leveren, niet interessant genoeg maar de viering van 80 jaar Hammond verdiende beter. Overigens klopt die al eerder gememoreerde 80 jaar wel, vroeg ik mij af? Nee dus.
Volgens Wikipedia: Op 19 januari 1934 diende hij zijn octrooi in dus zou 2014 het juiste jaar voor viering zijn geweest. Ze zijn ruim een jaar te laat.
Prutsers.

Herbert

Klik hier voor een uiterst beschaafd Hammond Diner .




First published November 5th of 2015


"Is opnemen een kunst?"



Ja en nee. Nee, omdat met eenvoudige opnameapparatuur een zeer aanvaardbaar resultaat kan worden behaald. Je kan een betaalbare 4-kanaals digitale recorder kopen met de vormgeving van een Braun scheerapparaat en bijna net zo groot. Ja omdat een goede opnametechnicus in een goed geoutilleerde studio aan die opname een meerwaarde kan toevoegen. En dat laatste is een kunst.
Als ik Freud parafraseer en mij afvraag ‘Wat wil de musicus’? Dan is het antwoord simpel: dat de ten gehore gebrachte muziek wordt vastgelegd voor het nageslacht.
Niet dat alle jazzmusici die behoefte hebben maar een aanzienlijk deel gelukkig wel.
Tot vrij recent werd de jazzmusicus gevraagd door een platenmaatschappij om naar de studio te komen teneinde daar zijn muzikale vondsten te laten vastleggen. De platenmaatschappij die de betreffende muzikant of groep voor een studiosessie uitnodigde ging niet noodzakelijkerwijs uit van de gedachte met het uitbrengen van jazz een bom duiten te verdienen - een prettige bijkomstigheid - maar deed dat meer uit een combinatie van innerlijke gedrevenheid en enig commercieel inzicht. Bij een aanzienlijk deel van deze vaak in omvang bescheiden platenmaatschappijen was een behoorlijke dosis enthousiasme voor de vastgelegde muziek aanwezig.
In het boek ‘I’m The Beat’ waarin het wedervaren van studiobaas Max Bolleman is opgetekend komt dit duidelijk naar voren. Maatschappijen als Criss Cross, Timeless en BV Haast worden gedreven door echte liefhebbers die de kwaliteit van de opgenomen muziek op de eerste plaats stellen.
Er zijn veel boeken over bekende en minder bekende jazzmusici verschenen en over een platenlabel als Blue Note is er ook best wat te vinden. Over de voor het vastleggen van de muzikale prestaties verantwoordelijke intermediair weinig tot niets. Althans mij is geen boek over bijvoorbeeld studiobaas Rudy van Gelder bekend. Dit maakt het boek van Max Bolleman min of meer uniek omdat de lezer hier een kijkje wordt gegund in een wereld die vrij onbekend is en toch van belang.
Handleidingen hoe het er in een geluidsstudio aan toe dient te gaan bestaan er niet. In zijn studio in Monster, over die plaatsnaam staat een smakelijke anekdote in het boek, en in diverse studios in New York maakte Bolleman meer dan 1.500 opnamen. Dan spreek je wel over een staat van dienst. Van musici als McCoy Tyner, Chet Baker, Rita Reys, Dizzy Gillespie en nog vele anderen valt hun studio wedervaren te lezen. Boeiende lectuur met onverwachte randjes en rampjes.
Er wordt beschreven hoe Max door het opnamevirus werd gegrepen en de manier waarop hij tot zijn herkenbare ‘studiosound’ kwam. Dat hij een kwalitatief gewaardeerde en herkenbare sound creëerde mag blijken uit de opmerking van een muzikant: ‘Everybody talks about the sound but not about my music.’ Over de musici die in zijn studio voor of achter de microfoon stonden weet Max vaak rake verhalen te vertellen. Het blijken maar al te vaak gewone stervelingen, met al hun makkes. Er wordt geen lauwerkrans om de hoofden van beroemde namen gelegd maar toch wordt iedereen in zijn waarde gelaten. Of het nu een omzwachtelde Japanse trompettist is of Wynton Marsalis, die op moet komen draven bij een studiodate van een van zijn medemusici.
Tot mijn verrassing kwam ik in dit leuke boek ook een anekdote tegen waar ik bij betrokken was. Met Rinus Groeneveld en Pierre van der Linden waren wij voor de zevende keer bij Max de studio ingedoken. Voor de afwisseling had Rinus zijn hond meegenomen. ‘Silent’ had hij hem genoemd. Reden: hij blafte nooit. Max bekeek de aanwezigheid van de hond met enige scepsis. ‘Dit is dus een hond die nooit blaft? Maak dat de kat wijs.’
‘Nee, hij heet echt ‘Silent’ omdat hij nooit blaft’, bezwoer Rinus.
‘Nou jullie moeten het zelf weten, het is jullie opname’, zei Max.
We gingen spelen en ‘Silent’ bleef rustig op zijn dekentje liggen. Geen blaf te horen. Tot het vijfde nummer. Aan het eind zijn een paar luide blaffen te horen. ‘Silent’ deed zijn naam geen eer aan.
‘Zie je nou wel. Ik wist het’, zei Max toen we in de opnameruimte stonden om dat nummer even terug te luisteren. De band loopt en aan het einde is duidelijk een luid blaffende hond te horen. Dat geblaf was echter precies op het juiste moment en we hebben het zo maar gelaten. Het mooiste is nog dat ik een half jaar na het uitbrengen van de cd de auto instapte en de radio aanzette en midden in een luid geblaf viel. Welke idioot heeft dat uitgebracht, dacht ik nog tot ik de afkondiging hoorde en besefte dat het ‘Silent’ was en ik duidelijk de idioot. Overigens passeren er nog twee organisten de revue, Dr. Lonnie Smith en Melvyn Rhyne waarover ook interessante informatie te lezen valt.
Scheppen gaat van au, memoreert Max in zijn woord vooraf. Daar zijn in dit zeer lezenswaardige en voor jazzliefhebbers zeer interessante boek legio voorbeelden van te vinden. Een icoon als Eddie Harris, die zichzelf maar goedkoop vindt. ‘El Cheapo’ noemt hij zichzelf. Maar ook de beschrijving van de vele opnamen die Max met Chet Baker maakte verduidelijkt veel. En niet te vergeten de onnavolgbare Willem Breuker, die geen moeite te veel was om iets bijzonders vast te leggen. Tapdanser’s en toeterixxen vormen maar enige van de bizarre ‘instrumenten’ die Max werd geacht geluidstechnisch perfect te registreren.
Wat in ieder geval ook meehielp om ontstane problemen op te lossen, was dat Max zelf een gerespecteerd muzikant is. Ook zijn beslist niet misselijke muzikale carrière wordt uitgebreid besproken in dit boek.
Dat er veel langskomt in dit boek mag duidelijk worden aan de hand van het namenregister, dat begint bij Paul Acket en eindigt bij Frans Zwartjes. Daartussen zit een vlot geschreven interessant boek met veel achtergrond informatie over bekende en minder bekende opnamen en musici. Een echte aanrader.

Herbert



Inmiddels hoor ik dat er al een tweede druk verschenen is.
Het boek valt te bestellen via: www.mijnbestseller.nl
Directe link naar het boek.


First published November 5th of 2015


"Interessant, verbazend en vol humor"



Het gebeurt niet vaak, en zover ik heb kunnen nagaan eigenlijk nooit, dat een professionele Amerikaanse blues en rock musicus een autobiografie zelf schrijft. Alleen bluesgitarist Eric Clapton heeft er een geschreven maar dat is een Brit en die telt dus niet mee. Dat die Amerikaan dan ook nog puur Hammondbloed door zijn aderen heeft stromen maakt het voor mij wel heel apart.
Deze Hammondorganist is Rick Allen wonende in LaCombe onder de rook van New Orleans. Zijn autobiografie heet F’n’A. Nee het is geen scheldwoord waar in plaats van puntjes apostroffen worden gebruikt maar het zijn de F en de A toetsen van zijn orgel en piano, de toonsoorten waarin hij veel muziek ten gehore heeft gebracht.
Nou ja, dat dacht ik. Toch maar even Rick gevraagd of mijn interpretatie juist is. Niet dus. “Herbert I must tell you something. F 'n' A doesn't really apply to keys; it's an American vulgarization of Aye. (Yes) "Fucking A," which means "Hell Yes," derives from the old Scottish word, "Aye." Dat is dan weer rechtgezet, f**cking hell.
Eigenlijk is Rick het Amerikaanse equivalent van Nederlandse musici als Jan Huydts, Eef Alberts en Peter Schön. Jazzmusici die hun boterham verdien(d)en met het spelen in bege-leidingsbands van mensen als Wim Sonneveld, Kurt Edelhagen, Marco Borsato of andere al dan niet (pop)coryfeeën. Rick's hart en muzikale uitgangspunt ligt in de jazz en blues maar hij heeft zijn brood verdiend met het begeleiden van allerlei popgroepen. Zo ziet Rick zichzelf:
I am a blues musician with just a touch of jazz. My roots are with Howlin' Wolf, Muddy Waters and Buddy Guy. My organ influences are Jimmy Smith, Jimmy McGriff, Jack McDuff and Groove Holmes. My organ solos are really a mix of Jimmy Smith and blues guitar lines. Maybe it's unique. I always wanted to play guitar, but had to translate it to keyboards. Komt uit dit interview:
Rick Allen Interview
Maar uit de gesprekken die ik met hem heb gehad en uit zijn muziek die hij onder eigen naam heeft vastgelegd, komt bij mij toch het beeld naar voren van een jazzmusicus met een touch of blues. Alleen verkoopt het woordje jazz in de USA minder goed dan de woordjes rock en blues en dat is iets dat bij een blanke Amerikaanse musicus, die zich op dat gladde ijs begeeft, ook een woordje meespreekt. Wat het boek vooral interessant maakt is de beschrijving van het harde Amerikaanse muzikantenbestaan. Je moet een 'though guy' zijn om dat te overleven.
Voordat ik verder ga met de bespreking van het boek moet ik in dit verband even wat verduidelijken namelijk het onderscheid tussen een rock/blues/jazzmuzikant hier en eentje in de USA. In ons land vind je weinig belemmeringen op de te bewandelen weg naar muzikale roem. Beschik je over enige capaciteiten op muziekgebied dan kan je wel een opleiding krijgen en vervolgens aan de bak komen. In de USA en zeker in de vijftiger en zestiger jaren was dat totaal andere koek. Ik heb met genoeg Amerikaanse musici gewerkt en gesproken om daar een redelijke indruk van te krijgen. Wilde je als muzikant in de USA aan de slag, dan kon het voorkomen dat je regelmatig met een lege maag en weinig tot geen hoopvolle vooruitzichten de week moest zien door te komen. Tel daar voor het gemak dan ook even bij op dat Rick een blanke muzikant is die gegrepen werd door jazz en blues en hij beschrijft zeer beeldend dat het geen gelopen race is. Na een gedegen klassieke training bij een strenge pianolerares leerde hij van haar dochter een paar linkshandige boogie loopjes. Dat was zijn aha-erlebnis. Verder bleek hij over een goed gehoor te beschikken en kon hij na beluistering, moeiteloos de muziek naspelen. Neemt niet weg dat Rick zijn idee om een top jazz- en bluesmuzikant te worden vergeleken kan worden met het nemen van een pittige hindernisbaan. Zo zullen er in ons land niet veel musici zijn die een nacht in de politiecel moesten doorbrengen omdat zij op het orgel van de lokale katholieke kerk een blues hadden gespeeld. Althans niet zover mij bekend. Rick overkwam dat wel. Evenals die lege maag, evenals een uitzichtloze toekomst, evenals zelfs geen dollarcent meer bezitten.
Deze dan 19-jarige heeft maar één doel voor ogen: een goede jazz en blues Hammondorganist worden. En hij is er heel eerlijk over, de weg daar naar toe is geen glanzend zwarte vierbaanssnelweg maar een hobbelig pad vol keien, modderplassen en allerlei ongedierte dat het op jouw voorzien heeft, soms voorzien van een vuurwapen. Ook het erkennen van gemiste kansen en foute beslissingen, hetzij uit onwetendheid hetzij uit misplaatste arrogantie of domweg niet luisteren wordt niet vermeden. Kortom het leven van een muzikant in de USA is gelijk aan het jarenlange verblijf in een achtbaan zonder veiligheidsbeugel. Afwisselende up’s en down’s in een hoog tempo. Het is dan ook helemaal niet zo gek dat deze ratrace uitmuntende musici, entertainers, acteurs en komedianten voortbrengt. Om te overleven moet je niet alleen echt goed zijn maar een onstuitbare energie en overtuiging van het eigen kunnen hebben.
Behalve een overlevingsstrategie biedt Rick’s boek gelukkig ook nuttige informatie voor Hammondorganisten maar ook voor muzikanten in het algemeen. Zo doet hij uitvoerig uit de doeken hoe hij een nummer opbouwt en de spanningsboog bij het publiek weet vast te houden. Compleet met keuze van akkoorden en baslijn. Die baslijn legt Rick neer met zijn linkerhand met accenten van het pedaal.
In de loop van de meer dan vijftig jaar die Rick achter het dubbele manuaal heeft doorgebracht en nog brengt, heeft hij talloze ontmoetingen gehad met meer of minder beroemde artiesten uit de jazz-, pop-, rock-, blues- en showwereld. Dat gaat van Howlin’ Wolf en Richard ‘Groove’ Holmes naar Freddy Fender en Coco Robicheaux. Ook krijgt hij in 1999 een ‘Grammy Nomination’ een soort Oscar voor musici. De laatste hoofdstukken van het boek handelen over zijn avonturen in New Orleans en als huisorganist van de beroemde Sea-Saint Studios eigendom van de minstens zo beroemde Allen Toussaint. Helaas is deze studio in 2005 slachtoffer geworden van orkaan Katrina evenals Rick's woonplaats. De studio is deze slag nooit meer te boven gekomen maar Rick heeft na weken van de buitenwereld afgesloten te zijn geweest alle rommel opgeruimd en zijn paradijsje herschapen. Leuk zijn vooral zijn ontmoetingen met Hammondorganisten die er geen enkel probleem mee hebben om het bankje voor een paar nummers aan hun collega af te staan. Soms met een informatieve nazit zoals met de legende “Baby Face” Willette.
(Samen met Rick heb ik trachten te achterhalen waarom deze Hammondorganist in de obscuriteit verdwenen was. Dat was zo rond het begin van deze eeuw nog onduidelijk. Tegenwoordig valt in Wikipedia te lezen dat hij in 1971 overleden is na een ziekte.)
Er valt veel over dit boek te vertellen, bijvoorbeeld het hilarische verhaal hoe Dr. John even de boel komt arrangeren of hoe het begeleiden van Eartha Kitt geen fijne ervaring was.
Het boek is in het Engels geschreven maar Rick’s taalgebruik is heel direct en ook voor diegenen die niet dagelijks met Engels te maken hebben goed te begrijpen zonder dat je om de twee woorden een woordenboek moet pakken.
Eindig ik deze recensie met de constatering dat het lezen mij veel plezier en informatie verschafte.

Herbert



Rick Allen F ‘n’ A Blooming Twig Books ISBN: 978-1-61343-099-6 Te bestellen via Rick Allen F ‘n’ A
De site van Rick: rickallenmusic.com

Hier op YouTube een stuk van zijn cd ‘B3 King’
Cd te verkrijgen via Hier klikken




First published May 25th of 2015


"Gevoel"



In de krant las ik over een vrouw die Bruce Springsteen had aangeraakt. Voor dat enerverende moment had zij uren bij Bruce's hotel gestaan. Toch ging het haar niet om de man maar om de religie die om hem heen hing. Bruce had voor haar een religieuze connotatie. Bruce als heiland, zoiets. Het samen met zeventigduizend mensen haar heiland op het podium zien staan ervoer ze als een soort openbare kerkdienst.
Terwijl ik het las drong zich de gedachte aan mij op dat mijn belangstelling voor jazz op een veel beperktere manier ook niet geheel van dit soort ‘religieuze' smetten vrij was.
Bijna overbodig om te verklaren dat deze religiositeit mijns inziens minder van doen heeft met geloven in Pasen en Pinksteren dan dat je een verbintenis voelt met iets dat het gewone alledaagse en waarneembare overstijgt.
Terugdenkend zie ik de nachtconcerten van de jaren vijftig en zestig eerder als een combinatie van - onbewuste - erediensten betoond aan de brengers van een vreugdevolle boodschap vermengd met een muzikaal gebeuren. Bijkomende factor vormt dat de vergelijking met een kerkgebouw van zowel Concertgebouw (prominent orgel) als Kurhaus, niet echt mank gaat. (Laat staan de concerten in Paradiso die in een voormalig kerkgebouw van de Vrije Gemeente plaatsvonden).
Ik heb er nooit eerder bij stilgestaan maar het is heel aannemelijk dat het merendeel van de optredende jazzmusici gelovig waren. Openlijk uitkomen voor atheïsme vormde in die tijd, zeker in de USA, evenals hier, haast ik mij er aan toe te voegen, geen aantrekkelijke optie. Aan de andere kant vormde religie in de samenhang met jazz kennelijk geen important issue. Zelf was ik er zeker niet mee bezig.



Deze lange inleiding is het gevolg van bovenstaande onlangs in de Leeuwarder Courant geplaatste ingezonden brief, waarvan ik per mail op de hoogte werd gesteld. De brief was een reactie op een in dit dagblad verschenen artikel over een groep ‘The Snake Charmer's' met daarin genoteerd het feit dat de Nazi's van jazz gruwden. De ingezonden briefschrijver memoreert dat zij daarin beslist niet de enigen waren. Zo kreeg de NCRV voor de oorlog de vraag voorgeschoteld waarom deze radiovereniging geen jazz uitzond. Het antwoord van de omroep kwam op het volgende neer:
‘Jazzmuziek is iets van negers en wij zijn nu eenmaal geen zwarten. Daarbij is het meest dansmuziek en van dansen moeten wij niets hebben.'
Duidelijk.
Na vijf donkere jaren waarin de luisteraar zowel van jazz als van de NCRV verstoken bleef werd dezelfde vraag na de oorlog weer gesteld. Drs. M. Geerink Bakker, toenmalig directeur van deze christelijke omroep, gaf daarop het volgende antwoord: ‘Jazzmuziek hangt van syncopen aan elkaar. Syncopen verstoren de maatindeling van de muziek. Die maatindeling vertegenwoordigt de orde in de muziek. Onze God is een God van orde. Wanorde komt van God's tegenstander, de satan. Ergo: ‘Jazzmuziek is werk van de duivel.'
Aan deze sluitende redenering kan je als ongelovige niets meer toevoegen. Wel borrelt er bij mij dan weer een pikante vraag op: was het een evangelisch racisme dat hier spreekt? Want ik veronderstel dat die jazzmusici voor het grootste gedeelte absoluut gelovig waren. Tevens dat hun gelovige achtergrond niet bij de vermaledijde Papen lag maar meestal van Presbyteriaans, Baptistische, Lutheraanse of Methodistische origine was. Allemaal op het protestantisme gegrondveste geloven. Heeft die bekrompen NCRV, gevoed door dubieuze motieven, daar even een kans op evangelie verspreiding laten liggen.
Het is altijd weer bemoedigend om te vernemen op welk een warme ontvangst de jazz in ons land kon rekenen. Het plaatsbepalende deel van de gevestigde orde heeft zich tot op de dag van vandaag niets aan deze muziek gelegen laten liggen. Ja, hier en daar wat doekjes voor het bloeden maar dat was het dan wel. Denk aan wat toegeworpen subsidies om het morrend volk rustig te houden. Verder niets.
Deze wetenschap toegevoegd aan hetgeen ik al veronderstelde brengt mij tot de gedachte dat de teloorgang van de ‘swingende' jazz, zonder restricties op het conto van gelovigen dient te worden geschreven. Zonder hun afkeer van syncopen had het jazzlandschap in Nederland er wellicht heel anders uitgezien en werd er in plaats van geneuzeld wel echt geswingd. Maar helaas, pindakaas.


Herbert





First published April 24th of 2015


"Gemengd nieuws"



Ach deze wilde ik de lezer niet onthouden:
Op het komende NSJF treed de combinatie Tony Bennett en Lady Gaga op.
Dit is geen oude wijn in nieuwe zakken wel oude zakken met goedkoop bocht.
Op het NSJF is de crisis eind tachtiger jaren begonnen en nooit meer overgegaan.

Bericht uit de krant:
In China staan er momenteel 40 miljoen piano's.
De grootste pianofabriek ter wereld staat in Zuid China levert elke minuut(!) één piano af.
Chinese moeders kennende wordt er dus ook daadwerkelijk piano gespeeld en dat gaat dus een gigantische stroom aan Lang Lang's opleveren.

De verwatering van het begrip/woord 'jazz' is al ingetreden sinds Miles Davis 'Bitches Brew' opnam in 1970. Ziehier waar die verwatering ons gebracht heeft:
Het NSJF heeft de 'Paul Acket Award' groot 5.000 euro's voor 2015 uitgereikt.
De gelukkige winnaar is ene Tigran Hamasyan (30) afkomstig uit Armenië.
Hierbij een voorbeeld van zijn kunnen.
Een nominatie voor een toneelprijs wegens de uitermate sterke vertolking van 'een gekwelde kunstenaar' zou er ook in kunnen zitten. Zie in dit clipje hoe hij 'op/in de toetsen' duikt. Deze dreutelaar stoot ook nog klanken uit. Vermoedelijk is er in Den Haag momenteel sprake van een omgewoeld graf, dat van Paul zaliger namelijk.
Wat mij ten ene male ontgaat is wat deze monotone herhaling van nootjes - gelijk een waterval - met jazz van doen heeft.
Laat staan dat er ook maar iets van swing te bespeuren valt.

Op een maandagavond was er in DWDD een heel programma aan de Nederlandse Jazz gewijd. De mensen van dat programma hadden bedacht een foto te maken van de huidige jazzmens in dit knollenland. Dat idee voor die foto is natuurlijk niet echt fris. Het origineel stamt uit 1958 dus het is ook niet iets van een 60-jarig jubileum.
Voor de rest vond ik weinig van het programma. Braaf, geef poot, lig, zit, speel, nu dood.
Gênant moment: Matthijs vraagt aan 92-jarige Ado Broodboom 'speelt u nog trompet?'
'Daar is het instrument te moeilijk voor' antwoordt Ado.
'Echt waar? Jammer, jammer, jammer.....'
Vervolgens een zeer matig spelende trompettist die een nummer van Ramses Shaffy vertolkt. Gelukkig wel met een immer goed spelende Louis van Dijk en een adequate John.
Verder viel er weinig nieuws te melden. Dat radio 6 verdwijnt is sneu maar ja wie luisterde überhaupt naar die zender?
Het eindigt met een nummertje.......... ja wat eigenlijk? Iets wat onder de omschrijving fusion valt? Lou Donaldson zei al, 'fusion means confusion'.

Ik kreeg van mijn Amerikaanse collega bijgaand mailtje n.a.v. het overlijden van Percy Sledge:

Dear Herbert,
Another great soul singer has died. I remember learning to play, "When a Man Loves a Woman," back in 1966, when I was playing in L.A.
The saddest part of this is the fact that music with feeling and "soul" is dying too, and being replaced with Rap and Hip Hop, with absolutely no touch of art, talent, feeling, soul, love, or anything else to touch your heart. Imaging getting goose bumps and tears in your eyes from a song by Snoooopy Dog or any of his ilk?
(Heb het even nagezocht: 'ilk' is 'type/soort'. H)
Our parents said rock 'n' roll wasn't music, but they were wrong; it still had feeling. "Feeling" goes way back, even before Bach. The classical composers had mega-feeling and soul. This garbage today is nothing but pure shyte, and should be buried in potter's field!
Your friend,

Rick


Hij legt een vingertje op de wonde maar ik vrees dat het bloeden niet meer te stelpen valt.

Na aanleiding van die DWDD uitzending ontving ik dit commentaar:
"Ze proberen allemaal een groter publiek te bereiken en doen dan wat pop musici al jaren doen en die doen het meestal een stuk beter. Toen de zangers kwamen heb ik afgehaakt. Die zeiden me werkelijk helemaal niets."

31 mrt - Tijdens de finaleavond in het Hilbert Circle Theater in Indianapolis heeft de 28-jarige pianist Sullivan Fortner de APA Cole Porter Fellowship Award 2015 gewonnen. Fortner sleepte daarmee 50.000 dollar in de wacht.
Zo da's een mooie hoop geld. Ik ga dan altijd even op zoek naar clipjes van de gelauwerde, in dit geval dus Sullivan Fortner.
Hier in de studio met van te voren opgenomen bas en vreselijke drums, ze kunnen het gewoon niet meer.
De andere genomineerden waren: Kris Bowers met elektronisch opgewekt geneuzel en vooral de juiste knopjes indrukken, ja. (I have no band, they don't like me anymore. Pardon?)
Emmet Cohen recht door zee swinger.
Hier op een Hammond kloon met zelfgebouwd pedaal en hier op een echte.
Zach Lapidus heel braafjes. hier met zangeres die onmiddellijk het zingen dient op te geven bij gebrek aan kwaliteit. Christian Sands niet onaardig. Wou dat ik zijn techniek had maar verder, tja.
Conclusie: Als het echt om een 'jazzprijs' zou gaan dan verdienen Sands en Cohen hem meer dan die Sullivan. Maar bij het noemen van de naam Cole Porter kreeg ik al het gevoel dit wordt vlees noch vis dus inderdaad Sullivan als terecht winnaar.

Prof. Diana Theodore Kenny van de Universiteit van Sydney heeft een fijn onderzoekje gedaan. Dat onderzoekje ging over de doodsoorzaak van ruim 12.000 muzikanten. En jawel, als rapper heb je een grote kans overhoopgeschoten te worden terwijl gospelzangeressen weinig suïcidale neigingen vertonen. Hier het onderzoek.
Jazzmusici komen er relatief goed vanaf.

Uit de recensie - 4**** in Het Parool van maandag - van zangeres Sazz Leonore:
'Leonore laat horen dat ze veel heeft opgestoken van Ella Fitzgerald, Billie Holliday en Sarah Vaughan'.
Haar clipje bewijst onomstotelijk het tegendeel.
Daarentegen heeft ze veel naar Astrud Gilberto geluisterd maar er niets van begrepen.

Nog een Juichende Recensie in Het Parool 4**** voor de cd Kopna Kopna van Orgelvreten.
Terug naar de jaren zestig omdat die gastjes donders goed beseffen dat ze daar nooit bovenuit komen.
Maar waar de iconen uit die tijd het in hun eentje klaarden, kunnen zij met z'n tweeën nauwelijks uit de voeten. Trouwens wat doet die basgitaar daar?
Maar ja, die JanJaapJasperJopie Tamboer heeft geen enkele notie waar Abraham Orgelvreten de mosterd haalt.

Hier de link naar een onlangs op YouTube gezet clipje.
Als tegenwicht tegen de emmer aan vocalisten en non-muziek die nog immer over ons uitgestort wordt en tegen de druiloren muziek van de Kopna Kopna vertolkers.


Herbert





First published March 28th of 2015


"Een vrolijke noot"



‘Wat ben je stil de laatste tijd, al meer dan drie maanden geen column.'
‘Klopt. Na de aanslag in Parijs op tekenaars en redacteuren van Charlie Hebdo ging bij mij een knopje om.'
‘Toen pas?'
‘Nou ja, eigenlijk was het al omgegaan bij Theo van Gogh en als ik terugblik dan vormde de ‘let's kill the bastard' verklaring in 1989 van die gestoorde en bebaarde fanaticus uit Iran betreffende Salman Rushdie wel het eerste dreigende teken aan de wand.'
‘Maar dat had toch niets met muziek, laat staan met jazz te maken?'
‘Dat had alles met muziek en dus ook met jazz te maken.'
‘Gaarne duiding.'
‘In de jaren zestig en zeventig had ik een abonnement op HaraKiri de voorloper van Charlie. In die tijd tekende iemand als ‘Willem' (Bernard Holtrop) al voor dat tijdschrift dat flink tegen de schenen schopte van het Franse establishment. Controversiële artikelen, foto's, tekeningen, heerlijk. Op een gegeven moment was de koek op en verflauwde mijn belangstelling. De opvolger Charlie Hebdo kende ik wel maar daar was ik niet op geabonneerd. Toen die aanslag werd gepleegd kon ik eigenlijk mijn oren niet geloven. Tekenaars van het leven beroven omdat ze de draak steken met je geloof? Onbegrijpelijk.'
‘Je was toch wel op de hoogte van de Deense cartoonist wiens leven voortdurend bedreigd wordt vanwege eenzelfde euveldaad?'
‘Zeker en dat had mij al met de nodige walging vervuld maar bij deze misdaad in Parijs voelde ik mij - weliswaar zijdelings - toch directer geraakt. Het voelde een beetje of iemand mijn persoonlijke domein was binnengedrongen. Heel onaangenaam.'
‘Heel begrijpelijk maar nogmaals wat heeft het met muziek te maken?'
‘De geloofsovertuiging die de aanslagplegers dreef tot hun daden, staat ook voor een onverzoenlijke houding tegenover muziek. Maak je muziek of luister er slechts naar in streken waar deze waanzinnigen het voor het zeggen hebben, dan ben je je leven niet zeker. Het is de onverdraagzaamheid die uit alle poriën van die geloofsovertuiging stroomt, die mij kwaad maakt en tegelijkertijd beangstigt.'
‘Je voelt je vrijheid in het geding komen?'
‘Zeker. Het zal mij niet direct persoonlijk treffen, hoewel ik daar ook al ervaring mee heb gehad, maar je merkt gewoon dat mensen zich terughoudender opstellen. Het voelt alsof er een klamme doek over West-Europa is gelegd. Een klamme doek die het ademen bemoeilijkt.'
‘De sjeu is eraf?'
‘Precies.'
‘Vormt dat de enige reden om te stoppen met je mopperstukjes?'
‘Nou ja, je moet niet doen of ik alleen aan het mopperen was. Onzin. Ik had af en toe best wat positiefs te melden.'
‘Geloof je het zelf?'
‘Ja, heus. Maar ik moet toegeven, de bal werd menigmaal voor het open doel gelegd en ik kon geen weerstand bieden aan de verleiding te scoren. Zo las ik onlangs in Jazzflits..........'
‘Komt ie.....'
‘.............op pagina 13, de recensie van een concert met altist Tineke Postma en tenorist Doug Webb. De recensent schrijft:
En ten tweede omdat aan het slot van het concert het bebopkwintet zich transformeerde tot een volwaardige free jazz-formatie, waar het roemruchte John Coltrane Kwartet (met McCoy Tyner op piano en Elvin Jones op drums) een puntje aan had kunnen zuigen.
Dit is zuivere blasfemie, anders kan ik het niet duiden.'
‘Jij hebt het niet echt op recensenten hè?'
‘Vreselijke lui, die op een enkele uitzondering na, geen benul hebben van wat ze horen of zien. Kijk, die musici treft geen enkele blaam. Die hebben gewoon hun beste beentje voorgezet en fijne muziek gemaakt. Daar hoef je niet aan te twijfelen. Maar dat zo'n recensent die vergelijking durft neer te pennen, dan ben je toch wel ver afgedwaald. Met grote moeite kan ik nog billijken dat je een vergelijking treft met coryfeeën uit het nabije verleden. Het is een makkelijke manier om een recensie te schrijven. Dat je in feite echter de musici onderuithaalt door te zeggen dat de uitvinders zelf ‘er nog wel een puntje aan hadden kunnen zuigen', dat slaat echt alles.'
‘Aardig voorbeeld. Nog andere moppers?'
‘Ja, ik bespeur een trend in de naamgeving. Groepjes tooien zich steeds minder met namen als ‘Tinus Trapleuning kwartet' of ‘Beun de Haas trio' maar heten Knalpot, Kapok, Bruut, Orgelvreten, Sinas of Mechanical Duck. Waarschijnlijk willen ze hun naam niet verbinden aan de muzikale rotzooi die ze produceren.'
‘Je bent op dreef. Neem maar plaats op de bank en gooi het er maar uit.'
‘Ik bespeur ook een trend in de muzikale vorm.'
‘Hoe bedoel je?'
‘Ik ga het complete rijtje niet opnoemen maar je had onderscheidende vormen die naderhand benoemd werden als ‘cooljazz' of ‘modernjazz' of ‘freejazz'. Nu, daar is er één bijgekomen.'
‘Echt? Een onderscheidende vorm? En hoe noem je die?'
‘Neuzeljazz.'
‘Huh..'
‘Neuzelen is de nieuwe jazz.'
‘Namen en nummers, graag.'
‘Bijvoorbeeld het duo van Wolfert Brederode - Susanne Abbuehl en daarnaast trompettist Ambrose Akinmusire dienen zich aan als wegbereiders voor deze jazzvariant. Het valt te horen op Gevoelig ook. Als kers op de taart gaan we dan ook nog even 'Round Midnight' te lijf.
Eerst schrijven wij een tekst op het tekstloze nummer, want anders kun je als zangeres niet je gang gaan en vervolgens vragen wij er enige toondove frivole musici ter omlijsting van onze gevoelige vocale uiting bij. Wolfert Brederode wil ik hierbij gaarne nomineren voor de titel 'Neerlands Gevoeligste Pianist'.
‘Dat heb je weer fijn onder woorden gebracht. Het boek ‘Hoe maak ik vrienden en goed relaties' van Dale Carnegie weer niet gelezen zeker?'
‘Wat dacht je zelf? Mijn tweede vertegenwoordiger van deze tak is een trompettist wiens concept eender is aan dat van Wolfert en Susanne: G.O.F. (Geneuzel Optima Forma).
Luister en huiver de rest van de clipjes zal ik je besparen. Van hetzelfde laken een pak. Geneuzel en gedreutel zijn elkaars componenten zoals mag blijken uit deze clip
Commentaar bij een van de clipjes: sorry. nothing new or special in this music. No soul. Ornette was better.'
‘Gaat ‘t al wat beter, of valt er nog wat te verhapstukken?'
‘Nee, dat was het wel zo'n beetje hoewel ik die baard met die Havanna zo langzamerhand...'
‘Zullen we dat dan maar bewaren tot een volgende keer?'
‘Is goed dokter. Dank dat ik even mocht uitrazen.'

Herbert





First published December 20th of 2014


"Wat is jazz 2?"



Een vraag die ik ook - in het Nederlands - op Google stelde en dan 447 antwoorden oplevert, waaronder de verwijzing naar het automerk Honda en een onverlaat die zijn shih tzu de naam Jazz heeft gegeven. Een sluitend antwoord stond er overigens niet tussen.
Daarvoor dienen we te luisteren naar wat de echte architecten van de jazz over hun muziek te berde brachten.
De meest onverwachte en mooiste vond ik op YouTube, kijkend naar een clipje uit de documentaire van Louis Panassié "L'aventure du jazz" uit 1972. In het clipje vallen Hammondorganist Milt Buckner met drummer ‘Papa' Jo Jones te bewonderen.
Op een gegeven moment wordt aan Milt de vraag gesteld wat jazz nu eigenlijk is en Milt zegt dan:
"This is a correct way to define jazz: It must have a beat and it got to have a soul."
Daar hoef ik niets meer aan toe te voegen.
Aan Louis Armstrong werd de vraag gesteld: "What's jazz after all?"
Satchmo's antwoord: "Man, if you have to ask what jazz is, you'll never know."
Hier sluit een uitspraak van Thelonius Monk naadloos bij aan:
"I don't have a definition of jazz... You're just supposed to know it when you hear it"
George Gershwin verwoordde het zo: "Life is a lot like jazz... it's best when you improvise..."
Nog eentje van de onvolprezen Thelonius Monk:
"Talking about music is like dancing about architecture."
Charles Mingus heeft het helemaal door:
"Good jazz is when the leader jumps on the piano, waves his arms, and yells. Fine jazz is when a tenorman lifts his foot in the air. Great jazz is when he heaves a piercing note for 32 bars and collapses on his hands and knees. A pure genius of jazz is manifested when he and the rest of the orchestra runaround the room while the rhythm section grimaces and dances around their instruments."
Volgens Johnny Griffin zit het zo:
"Jazz is a music made by and for people who have chosen to feel good in spite of conditions."
Art Blakey heeft een verrassende kijk:
"No America, no jazz. I've seen people try to connect it to other countries, for instance to Africa, but it doesn't have a damn thing to do with Africa."
Geen enkele twijfel bij Woody Shaw:
"I think that when jazz stops swinging, it's not jazz."

Met de visie van Art Blakey ben ik het zonder meer eens. Hij heeft dat zelf duidelijk gemaakt met zijn project Orgy in Rythm 1 & 2 waar hij Afrikaanse muziek laat horen, althans zoals hij die beleefd en weergeeft. Vergelijk dat met zijn ‘Art Blakey's Jazzmessenger's' en je weet meteen dat het inderdaad om gescheiden werelden gaat die ergens in het verre verleden een gemeenschappelijke voedingsbodem hebben gekend. Charles Mingus zijn visie op het onderwerp is ook niet mis.
Ik breng even in herinnering welke conclusies ik in mijn vorige stukje had getrokken:
1. Improvisatie vormt een integraal onderdeel.
2. Zonder improvisatie geen jazz.
3. Swing wordt toch wel beschouwd als inherent aan de muzieksoort.
4. Jazz is qua uitvoering zeer persoonsgebonden.
5. Jazz is nooit voltooid.

De uitspraken van de gequote ‘originals' ondersteunen een of meerdere van deze 5 punten.
Daarnaast kreeg ik behoorlijk wat reacties op mijn column, waaruit ik een selectie heb gemaakt.
(Namen en adressen bij mij bekend).

Onderstaande zinsnede uit jouw overwegingen, lijkt mij de juiste omschrijving.
Jazz is het samenspel van metrum en melodie op een dusdanige wijze dat er een zowel een geestelijke als fysieke reactie ontstaat.
Ik vind overigens Honing's gedachtenspinsels erg vreemd. M.i. is het algemeen aanvaard dat jazzmuziek de blues als grondslag heeft. Uiteraard zijn allerlei andere muzieksoorten van invloed geweest op de ontwikkeling van de jazzmuziek. Sommigen beweren zelfs dat de Joodse Klezmer de basis is geweest, geïmporteerd via immigranten.
Yuri Honing neigt in zijn spel sterk naar de klassieke muziek, m.a.w. dat hij er een afwijkende mening op na houdt is m.i. dan ook niet vreemd. maar wel raar allemaal.
En improvisatie lijkt mij van de oorsprong af aan continue aanwezig geweest.

****
jammer dat de rol die de conserveertoria spelen in beide artikelen niet wordt becommentarieerd...
Jazz is AfroAmerikaanse muziek uit de 20ste eeuw.

****
Laat professor Honing nu eerst maar eens gaan swingen, dan praten we verder over JAZZ....
Wat een verhaal..........

****
Jazz is een soep waar voortdurend ingrediënten aan worden toegevoegd.

****
yuri honing....????

****
Onze ‚vriend' Yuri Honing kan ik óók niet volgen, volgens mij begrijpt hij het niet.
Het kan ook zijn dat Yuri Honing bewust de dingen zo provocerend formuleert om dichter bij de definitie te komen, middels de reacties van anderen. In mijn beleving ervaar ik muziek als een vorm van communicatie. Eén van de opvallende zaken in de Jazz scene is dat de beoefenaars hiervan een voorliefde hebben van neo-maatschappelijk/sociaal gedrag, of anders gezegd: wij horen er niet echt bij, vinden dat prima en willen dat ook graag zo houden.
Swing vind ik iets onderbelicht en toch ook wezenlijk onderdeel van het begrip. Keer op keer is mijn ervaring dat als er spraken is van ‘swing', een autonome kracht het ritme overneemt en alles laat samenvallen. Het begrip ‘flow' speelt ook een rol.
Jazz is wellicht een uitingsvorm van een nog niet ontdekte aandoening van ons brein. Hier valt overigens prima mee te leven.

****
Jazz....... is voor mij vooral Genieten..........en bij voorkeur in gezelschap van gelijkgestemden! Al dat gelul erover door die zogenaamde deskundigen.........pfffhhhh!! Jazz volgens mij: Swingende Muzikale Improvisatie Met Gevoel ........op een bekend of ter plekke verzonnen thema ..........dat is toch waar het om gaat.

****
Wat is jazz? Yuri wil dit aan anderen uitleggen, wat mij onbegonnen werk lijkt.
Wat ik mis in de beschouwing van Yuri is het woordje swing.
Jazz is volgens mij muziek, al of niet gezongen, die swingt.
Als men die ‘feel' niet heeft is het niet over te brengen.
Muziek zonder swing is dus geen jazz.
Dan de vraag wat is swing? TIMING!
Swing ontstaat door niet steeds op de tel te spelen maar soms er voor of er na met variabele rusten.
Jazz is wel degelijk inherent aan improvisatie.
Zogenaamde aan jazz-relevante muziek van na de jaren `70 ontbreken vaak de bovengenoemde ingrediënten.
(Meneer DINGES weet niet wat SWING is! )

****
Artikelen en jouw verhaal goed gelezen.
Ik kan je gedachte verder goed volgen. Jouw een beetje kennend begrijp ik ook jouw conclusie wel en je vragen. Men probeert (en niet voor het eerst) jazz te definiëren met name vanuit de oorsprong. Voldoet het daar niet aan dan is het geen jazz stellen ze. In dat opzicht is jouw bolvorm / cirkel // vierkant iets te cru.
Als het er niet aan voldoet is het niet ‘iets anders' (een vierkant in jouw voorbeeld) maar het is alleen ‘geen jazz' (of cirkel). Je metrum en melodie definitie begrijp ik wel maar inderdaad is dat nogal persoonlijk en – let op – op die manier gedefinieerd past het zo ongeveer op alles. Het is ‘in the ear of the beholder'.
Improviseren kan op allerlei manieren (denk al alle thema's van Bach etc.). Rubinstein improviseerde maar het was bepaald geen jazz. Variëren en door ontwikkelen zijn wel kenmerken van jazz. Improviseren kan ook resulteren in het verlies van interesse van je toehoorders. Alleen in je eigen oren klinkt het nog lekker; de anderen haken af. Variëren op een melodie geeft luisteraar maar ook mede-musici de mogelijkheid te volgen wat er gaande is. Ik denk dat de benadering vanuit de oorsprong de lading dus beter dekt dan vanuit wat het met je doet (jouw idee en vraag) Als je het benaderd vanuit de oorsprong dan kun je het ook ‘niet progressief' noemen.
Het heeft zich langzaam ontwikkeld en was niet ineens als nieuwe muzieksoort aanwezig.
Er bestaat wel zoiets als progressieve jazz maar dat is dan ook een ontwikkeling waarbij ineens een drastisch andere weg wordt gezocht. In de ontwikkeling van de jazz zijn daar verschillende voorbeelden van en daarbij laat het publiek het vaak afweten.
En als ik heel eerlijk ben heb ik ook vaak het gevoel dat mede musici ook geen idee hebben waar de anderen (dan wel een solist) op dat moment mee bezig is.
Dat is dan prompt ‘te progressief'. Te ‘radicaal anders' en radicalen en progressieven liggen weer dicht bij elkaar.
Blijft inderdaad onbeantwoord wat nou Jazz is. Dat klopt. Ik heb er – net als jij waarschijnlijk – vele boeken over. Maar als ik de artikelen zo lees denk ik wel dat ze toch aardig de 21ste eeuw in schrijven. De kunst van het variëren op een melodie, gebaseerd op een volksmuziek, zich gemakkelijk mengen latend met tal van andere tradities maakt het dus ook gewoon vandaag nog mogelijk Jazz te maken. Omdat de oorsprong inmiddels ver achter ons ligt is die eigenlijk steeds minder belangrijk aan het worden en kunnen ook ‘niet zwarten' zich al jaren verdienstelijk maken in de jazz. Gedachtewisseling maar een keer met een wijntje erbij voortzetten, denk ik.

****
oh ja herbert, is het je ook wel eens opgevallen dat z.g. jazznummers waar het woord rythmn en of swing in voorkomen nooit swingen? denk aan It don't mean a thing, of I got rythmn........ net zoiets als je van tevoren tegen je vriendin zegt ‘nu gaan we eens even geweldig seks hebben'. wordt geheid helemaal klote (of kut...)overigens put ik ook uit eigen ervaring, waar het spelen van bovengenoemde nummers betrof (en dan ook nog met een zangeres...) verder zal het mij worst zijn of iets jazz is of .....al dat hokjesgedoe heeft al oceanen van narigheid opgeleverd....het labelen van dingen, mensen kunst blijft mensenwerk ... tegenwoordig is tunnelvisie een populaire kreet... kortom het indelen of kaderen , sorteren, benoemen. etc heeft al veel narigheid veroorzaakt.... is de emotie echt, of nageaapt....geen noot gelogen, zo ja valt men toch door de mand, kortom een grote verantwoording die ja jezelf moet stellen, zeg ik echt wat ik voel of sta ik te ‘faken'....

****
Dit stuk snijdt hout en ik ben het in ieder geval eens met de slotdefinities volmondig voor wat betreft de punten 1, 2, 4 en 5 Voor wat betreft punt 3 heb ik mijn bedenkingen zeker als aan de overige punten wordt voldaan.

****
Mijn reactie heeft even geduurd. Wij zijn het er over eens dat jazz swing moet bevatten.
Dus gaan we er vanuit dat jazz iets is. Wat swing is hebben we allemaal weleens uitgelegd.
Jazz is dus een gegeven. Laten we zeggen voor het gemak dat het een ding is.
Maar waar bestaat dat ding dan uit? Ik probeer een vergelijking te maken.
Bij de sommige dingen kun je zeggen, het is van metaal. Ja, metaal, edelmetaal – ijzer etc. Dat kun je duiden. Maar bij het ‘ding' jazz is die formule niet hanteerbaar.
Na lang nadenken is mijn conclusie als volgt:
Jazz is een mengeling van Afrikaans/Amerikaanse/Improvisatiemuziek en swing.
Om deze muziek te bevatten en te begrijpen en te spelen is blues-feeling een vereiste.
Laten wij blij zijn dat het ons is overkomen.
Nog even over de vergelijking: Jazz is Edelmetaal!

****
Uiteindelijk zal jazz voortleven bij de gratie van twee namen:
Davis en Coltrane.
Alles van daarvoor of daarna is bijkomstig bewijs.
Davis omdat hij de link is met pop en Coltrane omdat hij de link is met spiritualiteit.

****
Net toen ik dacht dat ik deze soep wel aardig bereid had, dwarrelden er weer een paar linkjes binnen, één naar een artikel waar Yuri Honing ook aan refereert:
Mischa Andriessen uit de Gids van 24 september 2014 en één naar een artikel van acht jaar daarvoor gepubliceerd in jazzenzo, van de hand van journalist/bassist Koen Graat Jazzenzo .

Is hiermee de vraag ‘wat is jazz?' afdoende beantwoord. Nee natuurlijk maar ik denk wel dat mijn definitie Jazz is het samenspel van metrum en melodie op een dusdanige wijze dat er zowel een geestelijke als een fysieke reactie ontstaat aardig overeind blijft.

Reacties zijn van harte welkom.

Fijne feestdagen en een goed uiteinde en goed begin,

Herbert




First published November 20th of 2014


"Wat is jazz?"



Gek genoeg had ik mij dat nooit afgevraagd. Jazz was op zeer jeugdige leeftijd op een uiterst verfijnde manier tot mijn onderbewuste doorgedrongen. Verantwoordelijk hiervoor waren een paar 78 toeren platen van mijn ouders met daarop muziek van Coleman Hawkins en The Ramblers. Van het jazzgehalte was ik mij beslist niet bewust net zomin als ik mij er van bewust was dat de begeleiding bij de door mij grijsgedraaide liedjes van Louis Davids ook aanknopingspunten met jazz vertoonde. Via een lange muzikale weg kwam ik op een gegeven moment bij pianist Wynton Kelly terecht via de route zelf piano spelen, Boogie Woogie enz. om definitief mijn onschuld te verliezen bij Art Blakey.
Tijdens deze queeste had ik me niet afgevraagd wat jazz nou eigenlijk was. De muziek die ik zocht en tegenkwam voelde voor mij als een natuurlijke omgeving. Of ik nu Cecil Taylor hoorde, Roland Kirk of Big Bill Broonzy er stonden nergens verbodsbordjes. Wel begon ik te beseffen dat ik niet van een bij klasgenoten populaire muziek hield. Die luisterden naar radio Luxemburg en piratenzenders. Naar vervelende oninteressante muziek of - afhankelijk van hun ouderlijk nest - naar klassiek. Dat laatste deden mijn ouders ook wel, mijn moeder had nog in de jaren dertig onder Mengelberg gezongen tot ze er wegens obstructie uitgetrapt werd, maar het werd mij niet met de paplepel ingegoten.
Kortom tot 15 november 2014 had ik mij de vraag ‘wat is jazz?' nog nooit gesteld. (Wel de vraag ‘wat is geen jazz?' want die begon in de loop der jaren steeds meer prangend te worden mede dank zij een verontrustende overdaad aan zangeressen).
Toen plofte deze link in mijn mailbox.
Toegezonden door een lezer, die mij schreef dat dit wel 'Stof voor je column' kon wezen.
Het bijbehorend artikel stond op de site van 'Jazzenzo'.

Yuri Honing heeft wel over de vraag ‘wat is jazz?' nagedacht, lees ik.
Honing: ‘Definieer eerst wat jazz is voordat je er over spreekt.'
Wie over jazz spreekt zal volgens Honing allereerst jazz als taal moeten definiëren. Pas dan kun je er over spreken en snappen anderen waar je het over hebt. Honing grijpt daarbij terug op de oorsprong van jazz.
Honing: "Jazz is volksmuziek. Jazz is geen improvisatiemuziek, maar de kunst van het variëren op een melodie. Jazz als taal werd door Louis Armstrong en Lester Young ontwikkeld. Jazz is een volksmuziek met een spectrum aan mogelijkheden en laat zich gemakkelijk mengen met tal van andere tradities. Jazz komt voort uit de blues, gospelmuziek en spirituals en werd in zijn ontstaan beïnvloed door Franse en Engelse muziektradities. Jazz is van oorsprong geen progressieve muziek. Alles wat aan deze oorsprong refereert noem je jazz. Alles wat er niet aan refereert noem je geen jazz."

Kletsboem. Retteketet. Holadijee.
Door Yuri's woorden ben ik, nee werd ik, gedwongen over ‘wat is jazz?' na te gaan denken.
Dat valt niet mee. Alle bestaande definities van Leonard Feather tot aan Joachim Berendt voldoen min of meer maar voelen niet bevredigend.
Yuri's stelling ‘Jazz is volksmuziek' behoeft in mijn beleving een verfijning: 'Jazz is grotendeels zwarte volksmuziek' maar dit terzijde.
Is jazz geen improvisatiemuziek maar de kunst van het variëren op een melodie?
Na alles wat ik over jazz gelezen heb denk ik dat jazz van het begin af aan pure improvisatiemuziek is geweest. Dat heeft te maken met de bron waaruit geput werd, de blues. Die op zijn beurt ook weer ontstond uit pure improvisatiemuziek de gospel. (De spiritual doet hier niet mee omdat dat vastliggende gezongen gebeden zijn waar de gospel een vraag en antwoord muziek is die alle richtingen op kan waaieren). Uit zijn woorden maak ik op dat er door Yuri voor het gemak maar even van uitgegaan wordt dat er alleen geschreven muziek gebruikt werd om op de melodie te variëren. Is dat namelijk niet het geval dan bestaat het ten gehore brengen van de melodie uit interpretatie en dat is dan eigenlijk al improvisatie. Vandaar dat het Concertgebouworkest met partituren voor zijn neus zit. Komt er een gast-solist zijn kunnen vertonen zonder gebruikmaking van de partituur dan is de kans zeer groot dat er improvisatie plaats vindt. Arthur Rubinstein was er berucht om. "He had a tendency to miss notes and improvise rather than play difficult ..." Maar omdat het zo'n geweldige musicus was viel niemand daarover. En terecht.
(Trouwens is de genoteerde klassieke muziek niet het al dan niet definitieve resultaat van een oneindig aantal improvisaties?)
Dat Yuri jazz van oorsprong geen progressieve muziek noemt is natuurlijk een gotspe. Jazz is vanaf het begin een simpele muziek die daardoor nood tot progressie. Zeker als het woord progressief wordt gelezen als trapsgewijze vooruitgang. Elke moedige jazzmuzikant voelt zich uitgedaagd door die eenvoud om daar een eigen draai aan te geven, en de hoorbare bewijzen zijn er, dat zijn maar al te vaak progressieve draaien. Beweren dat jazz geen vooruitgang kent, lijkt mij een mentale, niet fysieke gehoorbeschadiging.
"Alles wat aan deze oorsprong refereert noem je jazz. Alles wat er niet aan refereert noem je geen jazz", zegt Yuri. Dit is een ongehoorde simplificatie. Alles wat aan een bolvorm refereert noem je rond en alles wat er niet aan refereert vierkant. Zoiets.
Wat jazz nu eigenlijk is moet duidelijk getoetst worden.
Voor mij is het simpel: alles wat mijn lijf doet bewegen is jazz. Dit is natuurlijk zeer persoonsgebonden en te eenvoudig.
Na enig peuteren kwam ik tot een - mogelijk - betere definitie:
Jazz is het samenspel van metrum en melodie op een dusdanige wijze dat er een zowel een geestelijke als fysieke reactie ontstaat.
Dit dan weer in tegenstelling tot klassieke of contemporaine muziek waar - uitzonderingen daargelaten - wel geestelijke maar geen fysieke reacties ontstaan.
En ook weer in tegenstelling tot popmuziek waar wel een fysieke maar geen geestelijke reacties ontstaan. (Hoewel sommige mensen door sommige popliedjes heftig beroerd kunnen worden).

Vervolgens schreef ik mij bekende jazzmakers en liefhebbers aan om hun mening te vernemen over deze vraag.
De antwoorden tonen duidelijk verdeelde meningen aan. Dat verwonderde mij niet.
Toch kon ik uit de antwoorden wel een paar kenmerken pikken die wat duidelijkheid scheppen.
1. Improvisatie vormt een integraal onderdeel.
2. Zonder improvisatie geen jazz.
3. Swing wordt beschouwd als inherent aan jazz.
4. Jazz is qua uitvoering zeer persoonsgebonden.
5. Jazz is nooit voltooid.

Volgende keer meer.

Herb


First published Oktober 20th of 2014


"Killers"



Soms krijg je een onderwerp op een presenteerblaadje aangereikt. Een onderwerp dat eigenlijk te mooi is om waar te zijn. Eerst geloof je je ogen niet, dan kijk je op de kalender voor de juiste datum - nee geen 1 april - vervolgens lees je de tekst.
Na lezing dringt zich de vraag op, ben ik nou gek of zijn zij het. Waarna het verlossende antwoord: ‘zij zijn het', volgt.
In het online jazzmagazine ‘Jazzflits' stond in het op 20 oktober 2014 verschenen nummer 225 onderstaand artikel.



FORMATIE MOSTLY OTHER PEOPLE DO THE KILLING MAAKT KOPIE VAN ‘KIND OF BLUE'
De Amerikaanse formatie Mostly Other People Do The Killing speelt op zijn nieuwe cd ‘Blue' het klassieke Miles Davis album ‘Kind Of Blue' noot voor noot na. ‘Kind Of Blue'-drummer Jimmy Cobb is niet erg enthousiast over de plaat. Ook criticus Dan Morgenstern reageert afwijzend.

Criticus Dan Morgenstern ontgaat de zin van het exact kopiëren van een album, zo zegt hij op 7 oktober in The Wall Street Journal: "I can't think of another album in the modern jazz era that has gone this far with imitation. Why bother replicating a masterpiece that already exists? There's only one original." Het noot voor noot naspelen van legendarische solo's werd al eerder gedaan. In de jaren zeventig bijvoorbeeld door Supersax (solo's Charlie Parker) en Prez Conference (solo's van Lester Young). Maar een heel album precies naspelen is zonder precedent. "We wanted to crawl inside the music to figure out what made it great", zegt bandleader Matthew Elliott over de plaat, waarvoor de voorbereidingen al tien jaar geleden begonnen. In 2011 is een transcriptie gemaakt van de muziek van ‘Kind Of Blue' en daarna volgde een aantal studiosessies. "Eventually the rhythm section recorded the basic tracks with the horns added later, their solos recorded individually", legt Elliott uit. Mostly Other People Do The Killing gaat niet met het materiaal toeren: "You can't take this on the road and expect studio results, which was the whole point. Even the Miles Davis Sextet sounded different when they played album selections live. For us, it was always about the studio experience — the archaeology of it", aldus Elliott. Drummer Jimmy Cobb, die op de originele ‘Kind Of Blue' speelt en voor wie journalist Marc Myers van The Wall Street Journal ‘Blue' draaide, dacht in eerste instantie zichzelf te horen. Toch is hij niet enthousiast over ‘Blue': "I don't hear the human part, the individual sound and feel I lived with on those sessions. But, hey, if these guys took the time to do this, the music must mean something to them."



Zoiets geloof je niet dus ben ik gaan zoeken en verdomd de cultuurbarbaartjes bestaan echt. Gedegen muzikale opleiding gehad en dan ga je de grote mensenwereld betreden en dan moet je even een geurvlag planten. Ze lichten hun poot op en piesen tegen de lantaarnpaal met als resultaat een cd die ‘Blue' heet. Terwijl het gepaster zou zijn een eerste poging ‘bleu' te noemen of nog beter geen cd te maken als je niets te melden hebt. Toch ben ik niet echt verbaasd. Sinds eind jaren zeventig is ‘klonen' een geïnstitutioneerde vorm van jazz vertolken geworden. In de eerste plaats ging het om musici die het originele voorbeeld naspeelden en dan - uit gemakzucht? - vergaten een eigen idee eraan toe te voegen. Vaak hielden deze musici het gelukkig wel bij het naspelen van de stijl maar niet bij het letterlijk naspelen van een nummer. Mild gestemd zou je kunnen zeggen dat het hier om een vorm van eerbetoon ging. Erger werd het toen niet alleen de stijl maar ook de nummers werden nagespeeld. In 2006 noteerde ik in mijn column "Het leed dat festival heet"
de poging van Branford Marsalis om John Coltrane te evenaren met het naspelen van ‘A Love Supreme'. Een artistiek dieptepunt, vond ik. Had ik buiten ‘Mostly Other People do the killing' gerekend die het bereiken van de min 273 graden Kelvin op hun conto kunnen schrijven. Het klonen heeft hier de uiterste randen van de periferie bereikt. Kouder kan niet.
Wat bezield die gastjes? Alleen zo'n naam al.
"Hé guys, we moeten nog een naam voor onze band bedenken".
"The artic jazz monkeys?"
"Nee, het moet spannender"
"Neil Young loves jazz?"
"He gatver, nee"
"Ik weet het. Sonny Rollins had het toch laatst over dat ‘the try to kill jazz'"
"Ja, en...."
"Sonny does the killing"
"Nee, gek, Sonny doet the killing niet maar andere mafkezen"
"Oh, ik snap het ‘Other people do the killing'"
"Ja, dat is the spirit. Maar niet allemaal dus...."
"Mostly Other People do the Killing"
"Right. Helemaal kits. Dat wordt hem"

Laat onverlet dat het ‘waarom' van deze cd mij helemaal duister blijft. Ondanks de uitleg die de cultuurpagina van The Wall Street Jounal ( Cultuur en Kapitaal een onafscheidelijke twee-eenheid. Tenminste als het wat oplevert)
er aan besteed. Moge de muzikale nitwits door een bliksem - en wij kennen de afzender - getroffen worden.

Herb


First published September 19th of 2014


"Rauw"



Dikwijls heb ik mij afgevraagd, wat ontbreekt er aan de muziek die momenteel aan het volk als jazz wordt verkocht? Wat vormt het voornaamste onderscheid tussen de jazz van pakweg de laatste twintig jaar en jazz vanaf de twintiger jaren tot halverwege de jaren zeventig. Buiten zaken als swing, elektronica en al dat vreselijke vocale gedoe. Eerlijk, ik kon er niet mijn vinger op leggen. Dat er iets aan ontbrak was wel duidelijk, maar wat? Mijn ‘aha erlebnis' kwam toen ik het boek ‘Alleen de Wolken' van historicus Phillipp Blom las.
In dit zeer lezenswaardige boek over de geschiedenis van Europa en de V.S. tijdens het interbellum ( 1918 - 1938) schrijft Phillipp Blom over blues zangeres Mamie Smith (1883 - 1946).
Mamie maakte in 1920 een plaat met daarop het nummer ‘Crazy Blues' wat een, zeker voor die tijd, ongelofelijke hit werd. In minder dan één jaar (!) vonden meer dan één miljoen exemplaren hun weg over de toonbank in de Verenigde Staten. Bijzonder was ook, dat zowel zwarten als blanken deze plaat kochten.
In die beschrijving van Mamie Smith noteert Phillipp Blom:
"Niet alleen was Smith zwart, haar stem bracht ook rauwe emoties over."
Toen ik dat las, viel het kwartje en wist ik meteen het antwoord op mijn vraag. Waar het de hedendaagse jazz aan ontbreekt is simpel: aan "rauwe emoties."
Die rauwe emoties had ik onbewust altijd als bij jazz behorend gerangschikt. Jazz was in mijn universum bij uitstek de muziek waar het om emoties ging en hoe rauwer hoe beter. Niet dat die kwalificatie de jazz in dank werd afgenomen. Dictaturen waar tussen 1918 en 1945 flink in werd gegrossierd in Europa (met uitschieters tot aan 1991 en over buiten Europa zullen we het maar niet eens hebben) waren al helemaal niet gecharmeerd van dat rauwe en vrije. Ook de meer democratisch ingestelde staten hadden zo hun bedenkingen. Ontspoorde jeugd en bacchanalen werden daar al snel aan deze muziek toegewezen. Nadat na 1945 in West-Europa de rotzooi een beetje was opgeruimd, kreeg jazz tot halverwege de jaren zeventig een beperkte kans om dat rauwe opnieuw aan de man/vrouw te brengen. Iets wat dankzij musici als Art Blakey, Lionel Hampton, Thelonius Monk, Count Basie, Charlie Parker en honderden anderen redelijk lukte. Plotseling verdween die rauwheid. Om niet meer terug te keren. Tegenwoordig klinkt jazz, beschaafd, technisch perfect en oninteressant. Voor mij dan, haast ik me eraan toe te voegen.
In de periode dat Mamie Smith haar platen opnam, was jazz een rauwe schreeuw. Tegen de armoe, de segregatie, het racisme en nog veel meer zaken. Dat zijn gegevens die in de blanke muziekpraktijk van het huidige millennium en zeker in Europa, geen invloed op die muziek uitoefenen. Althans het lijkt mij sterk dat de huidige generatie jazzmusici, vaak met een conservatorium diploma op zak, veel met genoemde zaken te maken krijgen of hebben gekregen. Zelf had ik daar in ieder geval weinig mee te maken. En in de tijd dat ik tot jazz werd bekeerd hing er nog een beetje louche, half clandestien sfeertje omheen. Je voelde je in ieder geval al een buitenbeentje door die muzikale keuze.
Het overgrote deel van de bevolking vond jazz, helemaal niets. Als ze het al niet een door de satan hemzelve geïnitieerde muziek vonden.
De oplossing voor de in de aanvang van dit stukje gestelde vraag, ligt dus in het ontbreken van rauwheid. En de blues voeg ik er dan snel aan toe, want die hoor je ook nergens meer in doorklinken.

Herbert




First published August 8th of 2014


"They try to kill jazz"



Bovenstaande kreet is afkomstig van een gekrenkte Sonny Rollins.
Gisteren kreeg ik een mailtje van een Amerikaaanse saxofonist, waarmee ik toerde in de zeventiger jaren en een plaat mee maakte.
In oktober doet hij een paar optredens in Rome en vroeg zich af of er in Holland nog iets te schnabbelen viel.
Heb hem even bijgepraat en verteld, dat je in ons land zonder zangeres niet aan de bak komt.
Om een lang verhaal kort te maken: een optreden realiseren in Holland zou er zelfs voor de reïncarnatie van Miles Davis niet in zitten.
Toen we in de jaren zeventig toerden waren er een aanzienlijk aantal serieuze podia waar de mogelijkheid tot optreden bestond. Het waren er meer dan zeventig. Tegenwoordig zijn het er hooguit twaalf, of zelfs minder, die nog genegen zijn onze soort muziek te programmeren.
In omringende landen als Duitsland, België en Frankrijk zijn de omstandigheden beter, maar beslist niet uitbundig. Als buitenlander en buitenstaander kom je daar ook niet snel aan de bak.
Hier volgt zijn antwoord

Beste Herbert,
Wat je vertelt over de jazzsituatie in Holland, geldt hier ook in de VS. De situatie is gewoon puur beroerd, met slecht betaalde optredens en veel te weinig podia. Maar er speelt nog meer. In ‘The New Yorker Magazine' van 31 juli jl. schreef een columnist een satirisch stuk over Sonny Rollins. Zonder aanwijsbare reden wordt Rollins in dat stuk platweg afgezeken.

(Even ter informatie: dat het hier om satire ging stond er in het origineel niet bij. Dat is pas op de website toegevoegd. Herb).
Sonny Rollins reageerde flink ‘pissed off' op de column en liet een interview op YouTube zetten. Sonny zegt in dat interview een aantal opmerkelijke dingen.
All the best,
Harvey


Eerst is het misschien verstandig even dit stuk te lezen waarin uiteen wordt gezet, dat satire wel als satire herkenbaar dient te zijn.

Rollin's commentaar op het stukje in The New Yorker is niet mals. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat hij ergens een complot vermoedt om de jazz definitief het zwijgen op te leggen. Ik quote:
"They try to kill jazz"
"In this society where no one want to acknowledge the genius of the music. Jazz is always suffering."

Het stuk van The New Yorker gelezen hebbende, moet ik eerlijk bekennen, dat het nut en de noodzaak daarvan mij totaal ontgaan. Waaraan heeft Rollins die schimpscheuten verdiend? Heeft de saxofonist zich wellicht in zeer hatelijke, politiek incorrecte termen over iets heeft uitgelaten, dat een satirische correctie niet kon uitblijven? Vrij ondenkbaar, dat Rollins zich daaraan schuldig zou hebben gemaakt. Daar heb ik dan ook nooit iets over gehoord. Het lijkt er meer op, dat een of ander stuk onbenul zich na enige alcoholische versnaperingen en onder het mom van satire zijn onlust ten opzichte van de enige echte Amerikaanse cultuur heeft botgevierd op een van de iconen van deze cultuur. Het is mij onbegrijpelijk, dat iemand tot dergelijke gedachten en daaruit volgend schrijfsel kan komen. Dan sta je geestelijk wel op een heel laag niveau.

Herbert

Zie ook Sonny's eigen website



First published June 23rd of 2014


"Af"



Nederland is af. Een opmerking die regelmatig te lezen valt. Alles is geregeld en alleen in de marge valt nog wat te rommelen en te morrelen. De jazz in Nederland is ook af. Alles is geregeld en alleen in de marge wordt er wat gerommeld en gemorreld. Iedereen heeft zich keurig gedragen bij het afmaken van de jazz in Nederland. Dat vraagt om een beloning en die is er gekomen in de vorm van een ware prijzenregen. Wie ook maar iets van doen heeft met het maken van jazz in Nederland is bedacht met een prijs. (Voor het juiste begrip: jazz in Nederland heeft steeds minder van doen met de oorspronkelijke muziek uit de Verenigde Staten). Zo mocht ik in het op 23 juni verschenen nummer van het onvolprezen Jazzflits wel zeven (!) uitgereikte prijzen tellen.
Dit land barst letterlijk van beprijsbaar talent, want die zeven prijzen zijn slechts de oogst van om en nabij één maand. En dan hebben we het niet eens over Boy Edgar prijzen en Bird awards en nog wat ander regulier strooisel. Het prijzenfestijn is niet van vandaag of gisteren. Al in de jaren zeventig had de uitbater van een gerenommeerd Amsterdam's jazzcafé ook al een prijs in het leven geroepen, de ‘Elk Een Wisselprijs'. Dit als antwoord op de Wessel Ilckenprijs die in 1963 voor het eerst werd uitgereikt maar klaarblijkelijk een toenemende hoeveelheid prijzen ten gevolge had want in 1972 wordt er al gesproken over een ‘prijzenregen'. Zijn wij blijkbaar goed in, dat toekennen van prijzen. Bij gebrek aan pleisters een prijs op de wonde, die het Nederlandse jazzleven nu eenmaal was en is.
Gaarne wil ik mij door een terzake kundige laten uitleggen, waar deze hausse de achterliggende gedachte van vormt. Dient al het talent, dat van de conservatoria het bruisende Nederlandse jazzleven instroomt, ter compensatie van de dreigende werkeloosheid of het uitzichtloze lerarenbestaan, beprijsd te worden alvorens economisch tot gehakt te worden vermalen? Bij dit prijzenfestijn plaats ik de aantekening, het jureren van een kunstuiting een zeer dubieuze bezigheid te vinden. Hoe onnozel dien je te zijn om over de prestatie van een uitvoerend kunstenaar te willen oordelen? Een kunstuiting valt niet objectief langs een meetlat te leggen noch met een stopwatch te timen. Mecenassen van welke vorm dan ook, dienen gewoon geld te geven aan kunstenaars die zij dat geld waard vinden en er verder het zwijgen toe doen.

In datzelfde nummer van Jazzflits kwam ik nog een ander opmerkelijk nieuwsfeit tegen:

‘America's First Queer Jazz Festival' in Philadelphia
Philadelphia biedt eind september onderdak aan het eerste Amerikaanse festival met louter homo- en bisexuele jazzartiesten. OutBeat, America's First Queer Jazz Festival duurt vier dagen. Onder anderen pianist Fred Hersch, drummer Bill Stewart, pianiste-vocaliste Patricia Barber en zanger Andy Bey treden op. Ook staan enkele paneldiscussies op het programma. Meer artiesten worden in juli bekendgemaakt.

Pardon. Wat is dit nu weer. Voor alle zekerheid heb ik het nog even bij mijn vrouw geverifieerd maar zij wist het ook zeker, al de homo's in onze kenniskring hielden en houden niet van jazz. Ja, van Chet Baker maar dan alleen als hij zingt. Ze vielen en vallen best wel op zwart maar beslist niet op die zwarte muziek. Achterdochtig als ik in dit soort gevallen ben, ga ik dan denken, dat er iemand een gaatje in de markt heeft ontdekt. En in de huidige kwijnende muziekbusiness voor echte muziek is elke aanvulling van het karige budget welkom. Nou ja, wat maakt het uit, naast de zigeunerjazz, klassieke, vrolijke balkan en nog veel meer jazz variëteiten kunnen daar nu ook homojazz en bisexuelejazz aan worden toegevoegd. Armstrong had het in zijn stoutste dromen niet kunnen bedenken.

Herbert




First published Mai 15th of 2014


"Hoe het gegaan is"



Plaats van handeling: Redactie van het programma De Wereld Draait Door.

“Heb jij dat persbericht gelezen?”
“Welk, alleen vanochtend waren er al meer dan twintig.”
“Het ging over een of andere Amerikaanse platenmaatschappij die een jubileum viert en toen ik het las dacht ik, dat is een leuk item voor Mathijs.”
“......effe zoeken..........oh je bedoelt vast deze: Blue Note bestaat 75 jaar.”
“Yep, dat is hem.”
“Ja daar zou wel een itempje in kunnen zitten, want we hebben al een zwarte zangeres die de muziekminuut krijgt en dan kunnen al die oude zwarte muzikanten er mooi op aansluiten. Vindt Mathijs vast leuk...........”
“........en ze brengen ook al die platen weer op echt vinyl uit ........”
“.....vinyl is hot, weet je dat. Daarom laten we ook altijd even Mathijs met zo’n grote hoes zwaaien.”
“Moeten we nog iemand er bij vinden, die een leuk verhaal over die platenboeren kan vertellen en ze ook in zijn verzameling heeft...........”
“Jules Deelder.............”
“Hè get nee. Alsjeblieft geen Deelder.......da’s zo’n gelijkhebber en die kop van hem staat me ook niet aan....”
“Dulfer dan?”
“Die legt altijd die toeter van hem zo pontificaal op tafel, nee ik dacht aan Wilfried.”
“Wilfried de Jong?”
“Ja, die.....”
“Is dat dan ook zo’n jazzzeloot?”
“Schijnt van wel maar hij loopt er niet echt mee te koop want daar maak je je niet echt geliefd mee in Hilversum.”

Zo is het gekomen dat na de zwarte zangeres, die overigens qua stem het hele Nederlandse aanbod van de voorafgaande uitzendingen meteen bij de vullis zette, er een pick-up op tafel kwam en Mathijs en Wilfried het enige echte evangelie gingen verkondigen.
Waar het hun echter aan ontbrak en de gepreekte gospel in een lachwekkende vertoning deed verzanden was de zendingsdrift en ervaring. Hier waren geen doordesemde Jehova’s aan het woord die de voet tussen de deur zetten om je de Wachttoren te verkopen, nee hier waren smoezelige klok- en klepelluiders aan het werk die van toeten noch blazen wisten, althans die - mogelijk onterechte - indruk wekten.
Ik had al eens eerder geschreven over het jammerlijk falen van geluidsreproductie via de draaitafel en ook ditmaal ging dat faliekant mis. Ook de vertoonde clipjes van Dexter en de platen die Blue Note ging heruit geven gingen geluids- en beeldtechnisch ten onder. Bij het clipje van Dexter hoorde je Mathijs vertwijfeld schreeuwen: harder, harder, HARDER en ook de tien seconden Rollins zullen niet hebben gezorgd voor een aanwas van oprechte liefhebbers.
Waarom ontaard het presenteren van een potentieel interessant jazzitem bijna altijd in lachwekkend gepruts en gestuntel? Ik zou er bijna een complot achter vermoeden als ik niet uit ervaring wist, dat het sinds de jazz in Nederland na de oorlog weer voet aan wal zette het bijna altijd zo gegaan is. Zou het er misschien mee te maken hebben, dat het geen cultuureigen onderwerp is? Over baggeren en het koningshuis, over voetballen en de perfecte gehaktbal, ja daar kunnen we gedegen over uit de hoek komen. Echter, die fantastische muziek uit het nog zeer nabije verleden, daar een zinnig verhaal over vertellen blijkt altijd een brug te ver.
Ik kan er mee leven.

Herbert




First published Mai 1st of 2014


"Emotie"



"Weet je wat er tegenwoordig ontbreekt in de muziek?"
"Nee, wat dan?"
"Emotie".
"Hoe bedoel je, emotie?"
"Nou kijk, naar mijn idee is de enige bedoeling van muziek iets los te maken, emotie dus".
"Leg uit".
"Wat heeft het aaneenrijgen van klanken anders voor nut. Je kunt er geen brood van bakken of een fiets mee in elkaar zetten".
"Werkt wel lekkerder, dat in elkaar zetten met een fijn stukje muziek op de achtergrond".
"Precies. Je gevoel doet het sleutelen aan die fiets als prettig ervaren door die muziek. Toch is dit niet wat ik bedoel".
"Ja wat..........."
"Jij wilt natuurlijk een voorbeeld, dat mijn standpunt duidelijk maakt. Toevallig heb ik zo'n voorbeeld bij de hand. Kijk jij wel eens naar De Wereld Draait Door?"
"Nee, en ook niet naar andere programma's waar altijd weer dezelfde heikneuters komen opdraven om hun riedeltje af te draaien........"
"Dat is dan jammer, want dan had je Reinbert de Leeuw kunnen zien en horen over de ‘d'"
"Reinbert de Leeuw, is dat niet die gast die over zijn biografie struikelde?"
"Je leest wel eens krant, merk ik en inderdaad, die. Behalve daarom is hij ook nog bekend als componist en als pianist en dirigent van eigentijdse muziek. In die uitzending van DWDD had hij het over Franz Liszt en dan met name over diens compositie Via Crusis".
"Franz Liszt, dat is toch die pianovirtuoos die sneller speelde dan het geluid en geliefd was bij de dames, zo'n anderhalve eeuw geleden?"
"Een Hongaarse Lang Lang. Nou Reinbert was helemaal geëmotioneerd geraakt door de ‘d' in die compositie of eigenlijk meer door het ontbreken van die ‘d' en dan het erna toewerken waarna die ‘d' als de verlosser zelve neerdaalt op het in stille bewondering voor zoveel genialiteit toehorende publiek.........."
".......een ‘d'. Wat bedoel je, hoe kan je daar nou van slag door raken?"
"Ik heb het over de klank die met die letter wordt geassocieerd".
"En Reinbert was helemaal geëmotioneerd door die ‘d' noot?"
"Helemaal en ook al heel lang. Hij wilde het ook duidelijk maken door dat stukje te spelen".
"Met die noot?"
"Met de ‘d' van Franz in de compositie Via Crusis die de veertien statiegangen verbeeldt van de verlosser naar zijn plek waar hij aan het kruis gaat hangen. Tenminste als ik het goed begrepen heb want liturgie is niet mijn sterkste kant".
"De door die ‘d' bevlogen Reinbert neemt plaats achter de vleugel....."
".....doodse stilte in de studio want men beseft getuige te zijn van een groots moment. Reinbert begint te spelen......."
"En dan?"
"Geweldige anticlimax. Want een tv-studio is natuurlijk geen concertzaal en het moet allemaal het liefst binnen de minuut want anders zapt de kijker weg en dat ging niet lukken. Je oren, je hersens moeten in de juiste omgeving voorbereid worden tot ontvankelijkheid. Is dat stadium bereikt en je hoort dan die muziek, dan bestaat de mogelijkheid dat je gegrepen wordt en dat je dan het toewerken naar die ontbrekende ‘d' ervaart als de ontlading die ‘der Franz' voor ogen moet hebben gestaan. Althans volgens Reinbert, want mij ontging het volledig. Ik vond het een krakkemikkige vertolking met als gezegd een flinke anticlimax".
"Nou weet ik nog steeds niet wat je met het ontbreken van emotie bedoelt?"
"Reinbert wist zonder achter de piano te kruipen heel goed over te brengen, dat je emoties kunt voelen bij muziek. Zonder dat hij dat misschien besefte maakte hij mij in ieder geval duidelijk, dat wat hem betreft, die emotie heden ten dage veelal ontbreekt. Er wordt prima gemusiceerd door uiterst vakkundige musici maar je wordt er warm noch koud van. Het klinkt allemaal als bedacht na gedegen studie maar mankeert een ziel".
"Dat gaat volgens jou ook op voor de huidige jazz?"
"Absoluut. Het mag niet meer swingen, herhaling is voorgeschreven, goor is uit den boze en de blues kan je helemaal vergeten, die kan praktisch geen enkele huidige muzikant meer spelen".
"Lekker dan. Redding is uitgesloten?"
"Dat vrees ik wel. Laat ik het anders zeggen. De huidige onder de noemer ‘jazz' opererende groepen en groepjes hebben het niet in zich. Die hebben niet de tijd gehad om te rijpen in rokerige kroegen en op achteraf podia. Die komen zo van het conservatorium en demonstreren de aldaar verworven vaardigheden. Maar zo werkt het niet, tenminste als je echt jazz wilt spelen. Het punt is, dat de meesten dat ook niet willen, hun idee is voor een aandachtig luisterend publiek laten horen, dat ze niet van de straat zijn........."
"......en ze moeten volgens jou juist laten horen, dat ze wel van de straat zijn......"
"Jij snapt het..."
"...... en dat heeft dus alles met emotie te maken".
"Bingo. Zie ik je volgende week weer?"
"Tuurlijk en dan neem ik mijn tenor mee. Kijken of ik bij jou emotie kan losmaken".
"Gaat vast lukken".


Herbert



First published March 13th of 2014


"Razend Tempo"



"Jazz ontwikkelt zich in razend tempo. Bijna dagelijks ontstaan nieuwe initiatieven. Oude meesters worden opnieuw geïnterpreteerd en nieuwe stijlen ontstaan door samensmelting met funk, soul, dance en klassiek. Jazz leeft."

En ik maar beweren dat jazz hartstikke dood is. En dan kom ik ook nog opdraven met gezeik als ‘het swingt niet meer' en ‘er wordt alleen nog maar gezongen'. Terwijl pijnlijk duidelijk wordt, dat ik domweg geen ‘feeling' meer heb met de jazz van vandaag. Die zich in een razend tempo schijnt te ontwikkelen en ja daar heb je als bejaarde natuurlijk het nakijken, want dat razende tempo......Nou de lezer snapt, einde jazzoefening voor deze columnist. Ik ga me in vervolg bezig houden met de Tiroler Volkmusik want die simpele maatvoering en eenvoudige klanken die kan ik nog net behappen.

Godbetert waar halen de aanhefalinea opstellers hun wrakke hersenspinsels vandaan? "Is er dan niets meer heilig?" is de vraag die meteen bij mij opwelde.
Voordat ik verder fulmineer, even ter verduidelijking ik kreeg een linkje toegezonden met het vriendelijke verzoek 'er wat aan te doen'. 'Voer voor minstens vijf columns', werd mij erbij verteld, waarna ik bij deze missionarissen terecht kwam: JAM.
Nee heeft niets met fruitig broodbeleg te maken maar staat voor Jazz Ambassadors Meetings.
Ze denken echt een missie te hebben, leest u even mee:

JAM is in het najaar van 2013 van start gegaan en heeft de ambitie uit te groeien tot hét netwerk van niet-beroeps jazz musici en liefhebbers van Nederland. JAM brengt ook professionals en niet-professionals bij elkaar en beoogt daarmee een concrete bijdrage te leveren aan de jazzscene in Nederland.
Nauwelijks van de schrik bekomen over de ambities - en de kromme zinsconstructie - lees ik verder:

Beschrijving niveaus

Niveau A (rmstrong, Louis)

Je hebt nu lang genoeg geoefend thuis en wil (weer) eens met andere muzikanten gaan spelen. Je hebt een beetje je eigen stijl ontwikkeld en wil niet te ingewikkelde stukken spelen maar gewoon lekker swingen! Arpeggio? Is dat niet de vader van Pinoccio?

Niveau B (aker, Chet)

Inmiddels heb je best wat ervaring in verschillende bands en je speelt graag standards. Je wil wel eens wat arrangementjes proberen en je repertoire uitbreiden. Alles net even naar een tikje hoger niveau brengen. Arpeggio? Dat zijn die paarse Nespresso cups.

Niveau C (oltrane, John)

Je hebt veel bandervaring en met het spelen van standards ben je een beetje klaar. Je hebt voldoende kennis van harmonieleer, leest redelijk vlot en wil nieuwe muzikale wegen verkennen. Je komt aardig mee met ‘de grote jongens'. Arpeggio? Molnegen, kruiself of gealtereerd? Je zegt 't maar!

Fijn rijtje.
Vol humor genoteerd ook.
Toen ik het las, waren mijn eerste gedachten:
a. dit moet geschreven zijn door stand-up comedians,
b. die begrijpen dus echt niets van jazz,
c. en in Nederland niets van comedy,
d. omdat bij echte jazzmusici het woord arpeggio nooit valt.

Nog erger was het om te vernemen, dat musici als de toeterende edelfigurant van het optreden met Lonnie Smith in Maarssen aangezocht zijn om het in jazz liefhebberende volkje te stichten in het spelen van deze muziek. Toen ik het initiatief aan mijn vrouw vertelde was een hilarisch gelach het gevolg. Ze kwam niet meer bij.
Jammer Pinoccio, er zijn nog meer jam smaken om de argelozen in de oren te smeren:
Niveau:
D(avis,Miles)
E(llington,Duke)
F(itzgerald,Ella)
G(ordon,Dexter)
H(ancock,Herbie)
I(sraels,Chuck)
J(ones,Elvin)
K(irk,Roland)
L(aFaro,Scott)
M(onk,Thelonious)
N(elson,Oliver)
O(liver,King)
P(arker,Charlie)
Q(uebec,Ike)
R(ollins,Sonny)
S(mith,Jimmy)
T(atum,Art)
U(lmer,James)
V(aughan,Sarah)
W(ebster,Ben)
Y(oung,Lester)
Z(awinul,Joe)
JAM fabrikanten gaat u zich in een hoekje zitten schamen voor dit schaamteloze vergrijp aan deze prachtige muziek.

Herbert

Met dank aan euriginal.

First published February 10th of 2014


"Jazz = Swing"



Een wet in de journalistiek luidt, dat als er slechts één bron voor een gerucht is, dan bestaat het niet. Zijn er echter twee bronnen voor het staven van een bewering, dan is de waarheid daar. Het overpeinzen over deze ‘wet', begon bij mij na aanleiding van iets dat ik aan het uitpluizen was. Om mij moverende redenen had ik mij gestort op het korte leven van trompettist Woody Shaw.
Frederik Hermans schreef ooit een werk met als titel ‘Een wonderkind of een total loss'. De inhoud van deze verzameling van vier verhalen heeft niets met Woody Shaw van doen, de titel wel. Want een wonderkind was Woody in meer of mindere mate, als je al op je 13e in een professionele band de trompet speelt. Een total loss was Woody ook. Ik citeer organisator Gerorge Wein bij het overlijden van Woody op 44-jarige leeftijd: "The poor man was blind, the poor man was a narcotics addict, the poor man lost his arm, he had more tough luck than any human being I've ever known."
Van deze fantastische, geweldige, ongelukkige trompettist die ik voor het eerst hoorde op de plaat ‘Unity' met organist Larry Young, waarmee Woody al in zijn tienerjaren had gespeeld, noteerde ik een uitspraak die opgeteld met een uitspraak uit een andere bron, de definitieve waarheid boven water bracht.
Ik laat de lezer even in spanning omtrent het hoe en wat maar neem hem mee naar een gesprek dat ik vorige week voerde met een in jazz zeer goed onderlegde muzikant.
"Weet je", zei deze musicus tegen mij, "jazz mag niet meer swingen tegenwoordig".
"Hoe bedoel je?", vroeg ik.
"Misschien moet ik eigenlijk zeggen dat de musici van de huidige generatie die jazz spelen niet meer begrijpen wat swing is. Als ik het minder vriendelijk zeg, dan bedoel ze kunnen niet meer swingen".
"Je kan gelijk hebben", wierp ik tegen, "maar moet dat dan, swingen?"
"Ja, dat moet, want anders kan je het met de beste wil ter wereld geen jazz noemen. Swing en jazz zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een soort Siamese tweeling, op een dusdanige wijze verstrengeld, dat als je ze gaat scheiden dan volgt onherroepelijk de dood."
"Dat snap ik."
Nu die uitspraken. Eerst een die ik meestal aanhaal om mijn argument, dat jazz moet swingen, kracht bij te zetten namelijk de bekende uitspraak van Duke Ellington:
"It doesn't mean a thing if it ain't got that swing".
De taalkundige variaties die aan het woord swing kleven buiten beschouwing latend concentreer ik mij op de gevoelsmatige ritmische beleving van swing. Simpel: tikt het voetje, bewegen de vingers dan swingt het.
Echter de journalistieke wet vereist een andere onverdachte bron om een gerucht tot waarheid te kunnen verklaren. Die onverdachte bron vond ik in een uitspraak van Woody Shaw die zei namelijk:
"I'm able to handle any kind of music, but I think that when jazz stops swinging, it's not jazz." (Uit een interview in The Milwaukee Journal, 21 januari 1979).
Dus jongens en meisjes als je het woord ‘jazz' plakt voor de muziek die je denkt te gaan maken wees er dan van overtuigd, dat het alleen mijn goedkeuring kan wegdragen als het swingt. Daar hoeven jullie je niets van aan te trekken en op de conservatoria leren ze het anders, maar jullie vallen niet swingende ‘jazz' spelend, grandioos door de mand.
Woody mocht dan een gigantische pechvogel zijn geweest, het was wel een swingende pechvogel.

Herbert

Interessant verhaal van Ethan Hein over 'swing'.



First published January 28th of 2014


"Godsdienst een goudmijn voor goede kunst"



Op 15 januari schreef ik dat ik mijn ogen niet geloofde. Geen tien dagen later slaat de twijfel wederom toe. In de wetenschap dat een bezoekje aan de oogarts in dit soort gevallen geen soelaas biedt maar het van je afschrijven een ietsepietsie helpt. Hier wederom een verslag.

Zoals de trouwe lezer weet hou ik van mensen die een plan hebben.
Als het dan ook nog ‘Plan Kruutntoone' heet, dan weet je dat je goed zit. Je voelt als het ware de ‘vibes'. Het vibrerende grofstoffelijke zou Terpentijn zeggen.
Deze planners hebben een in eigen beheer een cd op de markt gebracht ‘Als alles er af is' en die wordt onder de noemer JAZZ geschaard door de recensent van Het Parool, Jan Jasper Tamboer.
Onze Jan Jasper heeft zich tot taak gesteld, de vorige recensente van dienst, Maartje den Breejen, naar de kroon te steken. Dit nu, lukt hem aardig. De recensies van Maartje verbleken tot schrijfsels van een aan dyslexie lijdende leerlinge van groep acht.
Toch moet ook Jan Jasper oren aan zijn hoofd hebben en een gegrond oordeel kunnen vormen. Anders dienen bij het aannamebeleid van Het Parool de nodige vraagtekens gezet. Onder het kopje ‘Sfeer van desolatie* en een ruw leven'(sic) barst Jan Jasper los in een lofzang die de vier sterren, die hij de planners heeft gegeven, moeten rechtvaardigen.

Ik quote even:
"De gezongen frase ‘welk een vriend is onze Jezus' wordt gevolgd door de hartenkreet ‘opgesloten in angst en oordeel'. Ook hier is godsdienst een goudmijn voor goede kunst".
Let wel: "Ook hier is godsdienst een goudmijn voor goede kunst", schrijft onze Jan Jasper.
Dit zinnetje moest ik echt tweemaal lezen tot de portee in volle omvang tot mij doordrong.





Dat jazz een behoefte is, stond al eerder in deze krant (zie vorige column). Maar dat deze, door volstrekte atheïsten opgerichte verzetskrant, plaats biedt aan een lulhannes die zulke zinnetjes aan zijn tekstverwerker weet te ontrukken, dat stoort mij bovenmatig. Daar word ik venijnig van. Natuurlijk hanteert Jan Japser de gouden grondregel van de hedendaagse zich over het onderwerp ‘jazz' ontfermende scribent: als er niet gezongen wordt is het überhaupt geen jazz. Je verwacht ook niet anders. Dat deze gnoom echter iets neerpent als de tweemaal aangehaalde zin, waarin godsdienst een goudmijn wordt genoemd, dat doet met toch wel heel ernstig twijfelen aan de geestelijke vermogens van deze letterkoelie. Een goudmijn voor ‘goede' kunst, dat ook nog. De knurften van Plan Reutemeteut op een hoger peil inschalen dan al die echte jazzmusici die in 99% van de gevallen een pesthekel hebben aan welk geloof dan ook. Want van de gelovigen hebben ze in de loop der jazztijden alleen maar weerstand en minachting mogen genieten.
Mocht er onverhoopt toch een hel zijn, dan weet ik zeker dat er een speciale afdeling is voor in godsdienstige goudmijnen gravende recensenten. Dat zijn de ergsten.

Herbert

*)'desolatie' komt NIET voor in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie en de spellingwoordenlijst van OpenTaal. Dit wil niet zeggen dat het fout gespeld is.



First published January 15th of 2014


"Behoefte"



Het is mij een enkele keer overkomen, dat ik iets zag en toch mijn ogen niet geloofde. Zoals bijvoorbeeld die keer in 1987, dat we voor de hoes van ‘Clear Sight' een foto moesten maken.
De ‘art director' die het hoesontwerp voor zijn rekening nam had besloten dat de fotosessie op het Thorbeckeplein zou plaats vinden in een Italiaans restaurant. Verder zal ik er niet over uitweiden. Tussen het nemen van de foto's door liep ik even naar buiten. Het was een prachtige warme zomeravond, en ik keek om me heen naar de bedrijvigheid. Plotseling werd mijn oog getroffen door het beeld van een bijna naakte man die in een boom hing. Althans dat werd ik na een paar seconden hevig klopwerk aan de binnenkant van mijn schedel gewaar. Deze waarneming wilde niet in eerste instantie tot mijn hersenpan doordringen. De optelsom naakte man plus boom had flinke vertraging voor het beeld zich stabiliseerde en ik tot de conclusie kwam dat mijn ogen mij niet bedrogen. Er hing inderdaad een naakte man in een boom - hij hing daar trouwens aan een touw en het geheel werd ook nog muzikaal omlijst door een meegebrachte geluidsinstallatie - daarbij haalde hij nog allerlei capriolen uit ook. Naderhand bleek het een pianostemmer uit Heerhugowaard te zijn met een enigszins bizarre hobby. Opdat ik niet van duimzuigen beticht kan worden: de hoesfoto van ‘Clear Sight'.


een man met een hobby

Vrijdag 10 januari 2014 was er wederom zo'n moment, dat ik iets zag of beter las en toch mijn ogen niet geloofde. Het ging hier over een artikel in Het Parool waarin beschreven werd dat Amsterdam er weer een jazzpodium bij heeft. Waarom ik mijn ogen niet geloofde lag aan de kop boven het artikel die luidde:


Klik hier voor het hele artikel
Jazz is puur een behoefte? Echt ik heb al veel onzin horen vertellen in de vijftig jaar dat ik ‘bewust' op dit ondermaanse rondloop maar deze mededeling gooide meteen hoge ogen voor een rangschikking in de ‘onzin top tien'. In de jazz plachten veel junks rond te lopen, dat is waar maar van een behoefte aan jazz heb ik nooit iets gemerkt. Met opgetrokken wenkbrauwen begon ik het artikel te lezen. En ja hoor, daar kwam die linkse directe vol op de kaak. Ik kon hem niet ontwijken, dus ik ging neer en werd uitgeteld. Geen genade.
Ik quote de bedrijfsleider van de nieuwe jazzclub:
"Om de zaak op gang te krijgen, is livemuziek altijd goed. Al hebben we het, toen we net open waren, een paar weken geprobeerd. Maar dat was muziek zonder zang (cursivering van mij H.) en dat sloeg gewoon niet aan."
Nogmaals een quote van deze bedrijfsleider:
"Het enige wat wij wel vragen: er moet altijd een zangeres bij"(cursivering wederom van mij H.).
Meteen moest ik denken aan Harry ‘Sweets' Edison. Die vertelde aan een vriend hoe hij aan de prachtige gouden trompet met zijn naam erin gegraveerd kwam. Hij had die trompet van 'The Voice' hem zelve gekregen omdat hij praktisch alle trompetsolo's op Frank's platen voor zijn rekening had genomen. Mijn vriend en Harry kregen het daardoor over Sinatra en al snel kwam het onderwerp zang ter sprake.
"Frank", zei Harry, "was a marvelous singer". Niet alleen had hij een perfecte dictie maar - in de ogen van Harry nog veel belangrijker - hij wist waar hij over zong. Frank kon de tekst zo mooi neerzetten omdat hij wist waar die tekst over ging. Niet alleen had hij al een heel leven achter zich, als je zo beroemd ben maak je tropenjaren, maar hij kende de gevoelens die zo'n song opriepen.
"Nowadays", zei Sweets, "everyone thinks that he or she can sing. Specially female singers show this rudeness. They don't have a clue what they are singing about and they don't know anything concerning the content of the lyrics and the circumstances under which these songs were written. It irritates me, it's so meaningless so fake".

Daar heb ik verder niets aan toe te voegen. In combinatie met wat ik op de site van ‘jazzenzo' las over het Bim-huis, namelijk dat daar ook pop geprogrammeerd gaat worden - hoe krijg je het in je bolle harses - was het eerste dat in mij opkwam: jazz is echt dood. Het vonnis is op de Nederlandse conservatoria definitief geveld en de patiënt is aan de behandeling ten onder gegaan. Waaraan er in dit land ook een behoefte mag zijn, het is niet aan jazz. Dat behoef je mij niet te vertellen, daar doe ik een behoefte op. Minkukels. Allemaal.

Herbert,
Die het nieuwe jaar weer goed begonnen is.





Lachen? Huilen? Kommer? Kwel? Al deze gemoedstoestanden overkomen de lezer van Hammonditis het onvolprezen kleinood voor de oprechte Hammondliefhebber.

Marcel van Bree in Turning Wheel: "..de moeite waard om nog eens te lezen(en dan nog eens een keer)"
Coen de Jonge in Jazzbulletin: "Cynisch en sarcastisch, bassisten mogen niet op zijn mededogen rekenen".
Eddy Determeyer in Draai om je oren: "Wanneer je van Hammondjazz én van drank houdt, ben je bij Herbert Noord aan het goede adres".

Aad, Erwin, William en Herbert geven hem van jetje in het Hammond Cheese Warehouse.
Voor meer fimpjes:
Klik hier


Lees ook mijn stukje: Het Einde van de Levende Muziek.


E-mail: sjw@xs4all.nl
Previous Columns/Vorige columns 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2006 2005 2004 2003 2002 2001 2000 1999 1998
Infopage Songbook for Hammondorgan Guitarbooks CD's for sale